arrangeren

werkw.
Uitspraak:  [ɑrãˈʒerə(n)]
Vervoegingen:  arrangeerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gearrangeerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) regelen, organiseren
Voorbeeld:  `een ontmoeting met de minister arrangeren`

2) in een bepaald patroon ordenen
Voorbeeld:  `de alinea's anders arrangeren`
Synoniem:  schikken

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanrichten afspreken bedisselen bewerken groeperen iets op touw zetten indelen inrichten instrumenteren ordenen organiseren orkestreren regelen schikken systematiseren

5 definities op Encyclo
  1. regelen en laten ontstaan vb: wij arrangeerden een feestje toen hij geslaagd was Synoniemen: organiseren beleggen in een regelmatig patroon neerzetten vb: ik had het zó ...
  2. Het samenstellen van leerobjecten met behulp van leereenheden.
  3. 1) Aanrichten 2) Afspreken 3) Bedisselen 4) Bewerken 5) Bewerken van een muziekstuk 6) Groeperen 7) In orde brengen 8) Indelen 9) Inrichten 10) Instrumenteren 11) Muzikaa...
  4. [Nederlands] Regelen
  5. schikken Jaar van herkomst: 1669 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
arrangeren (regelen, in orde brengen; bewerken van een muziekstuk)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `arrangeren`.