de antenne

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [ɑnˈtɛnə]
Verbuigingen:  antenne|s (meerv.)

metalen constructie voor het ontvangen of uitzenden van signalen, bijvoorbeeld voor radio en televisie
Voorbeeld:  `schotelantenne`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
mast ra spriet voelhoren voelspriet

Spreekwoorden en zegswijzen
• een antenne hebben voor iets. (=iets goed aanvoelen.)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Op antenne / in de ether: Is op antenne correct in de betekenis van 'in de ether'?

9 definities op Encyclo
  1. apparaat waarmee radio- of tv-signalen worden opgevangen of verzonden vb: met deze antenne kunnen we veel zenders ontvangen
  2. Ontvanger van signalen uit de ether. Afhankelijk van het type antenne kunnen bepaalde signalen worden opgevangen en doorgegeven worden aan een ontvanger of digitale decod...
  3. Meestal een stuk koper of aluminium dat ethersignaal omzet in een bruikbaar elektrisch signaal. Dit signaal kan b.v. dmv een ontvanger verder worden verwerkt. Draad, sta...
  4. Geplaatst op de voorkant van de monocoque, juist voor de cockpit. Het wordt gebruikt voor het verzenden van radiogolven en telemetriegegevens.
  5. •een stelsel metalen staven of draden voor het opvangen van elektromagnetische stralen.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met antenne:
antennedraadantennehoogteantennekabelantennekabelsantennekringantennemastantennemastenantenneregisterantennesantenneschotelantennesignaalantennesysteemantenneversterkerantenneversterkingantennewinst

Deze woorden eindigen op antenne:
schotelantenneradarantennemarconiantennemonopoolantennelintantenneapertuurantennesprietantenneaardantennevliegtuigantennebeverageantennesleepantennescheepsantenneyagiantennerondstraalantenneraamantennerondomantenneferrietantennekamerantennedakantennehoornantenne

Herkomst volgens etymologiebank.nl
antenne (voelspriet; draad voor ontvangst van elektromagnetische golven)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `antenne`.