de ahorn

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [a'hɔrn]
Verbuigingen:  ahorn|en, ahorn|s (meerv.)

grote inheemse loofboom
Voorbeeld:  `ahornsiroop`
Synoniem:  esdoorn

© Kernerman Dictionaries.

8 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ~BOOM, m. (-en), mastboom, plataanboom. ~SUIKER, v. [geen meervoud] noord-amerikaansche suiker.
  2. Acer **, esdoorn • gangmijn => 2 • blaas- of vouwmijn => 4
  3. [Nederlands] Grote inheemse loofboom
  4. • [plantkunde] een boom of heester van het geslacht "Acer".
  5. 1) Aak 2) Aceracee 3) Acerade 4) Booghout 5) Boom 6) Boom in Europa 7) Boomsoort 8) Esdoorn 9) Gemeente in beieren 10) Houtsoort 11) Loofboom 12) Loskroonbladige 13) Plan...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met ahorn:
ahornenahornsahornsuiker

Deze woorden eindigen op ahorn:
suikerahorn

Herkomst volgens etymologiebank.nl
ahorn (esdoorn Acer)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 87% van de Nederlanders en 71% van de Vlamingen het woord `ahorn`.