afschrikken

werkw.
Uitspraak:  ɑfsxrɪkə(n)]
Vervoegingen:  schrikte af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft afgeschrikt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(iemand) bang maken om iets te doen
Voorbeelden:  `De hoge muur moet inbrekers afschrikken.`,
`je door niets of niemand laten afschrikken`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bang maken intimideren verjagen verschrikken

Taaladvies
Schrok af / schrikte af: Zegt men: Het schrok me af of Het schrikte me af?

6 definities op Encyclo
  1. • [ov] doen weggaan door angst aan te jagen. • [ov] [scheikunde] het bijzonder snel afkoelen van een heet voorwerp door het in een koelvloeistof te dompelen. (+audio)
  2. iemand tegenhouden door hem bang te maken vb: met ons geschreeuw hebben we oma afgeschrikt: ze komt niet met de kerst
  3. 1) Intimideren 2) Tegenstaan 3) Verjagen 4) Verschrikken
  4. Eng: deter [criminologie] een van de functies van het strafrecht; de achterliggende gedachte is dat door de dreiging met straf potentiële daders af zul…
  5. Met afschrikken wordt een zeer snelle afkoeling bedoeld. == Materiaalkunde == De atomen in een materiaal kunnen bij een hoge temperatuur op een andere manier gerangschik...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `afschrikken` kennen.