de affiliatie

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [ɑfili'ja(t)si]
Verbuigingen:  affiliatie|s (meerv.)

1) verbondenheid (met een organisatie of een persoon)
Voorbeelden:  `een affiliatie met een overkoepelende organisatie`,
`affiliatief leiderschap`,
`Affiliatieve humor versterkt de onderlinge band en aantrekkingskracht tussen mensen.`
Synoniem:  aansluiting

2) instelling waar je werkt
Voorbeeld:  `het vakje affiliatie (universiteit of bedrijf) invullen op een aanmeldingsformulier`
Synoniem:  werkgever

3) het verkopen van producten van anderen op je website internet
Voorbeeld:  `geld verdienen met affiliatie`

© Kernerman Dictionaries.

3 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 bij de oude Galliërs, de aanneming tot kind, bij de Roomsche geestelijken, de opneming in de gemeenschap eener orde. Affilieren, iemand als kin...
  2. •verbondenheid met een moederorganisatie. •acceptatie als lid van een vereniging of verbond.
  3. 1) Aanneming 2) Aanneming als medelid 3) Aanneming van een kind 4) Aansluiting 5) Adoptie 6) Opneming in vereniging
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met affiliatie:
affiliatiefaffiliaties

Herkomst volgens etymologiebank.nl
affiliatie (aanneming als kind)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 74% van de Nederlanders en 81% van de Vlamingen het woord `affiliatie`.