de acte de présence

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ɑkt(ə)dəprezɑ̃s]
Verbuigingen:  acte|s de présence (meerv.)

acte de présence geven  (actief aanwezig zijn) `Vier Nederlandse tennissers geven acte de présence in dit toernooi.`

© Kernerman Dictionaries.

Spreekwoorden en zegswijzen
acte de présence geven. (=ervoor zorgen dat je ergens aanwezig bent.)
Naar de spreekwoorden