het abonnement

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [abɔnə'mɛnt]
Verbuigingen:  abonnement|en (meerv.)

situatie of bewijs dat je abonnee bent
Voorbeelden:  `een abonnement op de krant nemen`,
`je abonnement voor het zwembad meenemen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
jaarkaart seizoenkaart

Taaladvies
Abonnement afsluiten / nemen: Sluit je een af, of neem je een abonnement?

8 definities op Encyclo
  1. Overeenkomst tussen de aanbieder en de klant waarin vastgesteld wordt welke diensten onder welke voorwaarden wordt geboden. Vaak hebben aanbieders verschillende abonnemen...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. [geen meervoud] verbindtenis door inteekening. *...NEREN (ZICH), ww. [gelijkvloeiend] (ik abonneerde mij, heb mij geabonneerd); - o...
  3. Uit `De lagere vaktalen: Taal van post-, telegraaf- en telefoonpersoneel` 1914 gemengd abonnement (d.i. met betaling voor elk locaal gesprek). Abonnementsgesprek.
  4. bewijs dat je iets regelmatig ontvangt of mag gebruiken vb: elke student heeft een treinabonnement
  5. •een contract waarbij een persoon op geregelde tijden (bijvoorbeeld wekelijks of maandelijks) een tijdschrift of dergelijke ontvangt. •een regeling, waarbij een eenma...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met abonnement:
abonnementen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
abonnement

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `abonnement`.