de aanspraak

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  ansprak]
Verbuigingen:  aan|spraken (meerv.)

1)
weinig aanspraak hebben  (zelden met iemand praten en daardoor een beetje eenzaam zijn)

2)
aanspraak maken op iets  (zeggen dat je recht op iets hebt) `aanspraak maken op een erfenis`

3)
aanspraken  (zaken waarop je recht hebt) `een contractpartij vrijwaren voor aanspraken van derden`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
claim recht rechtsgrond rechtstit rechtstitel tit titel

9 definities op Encyclo
  1. gelegenheid om met iemand te praten vb: ik houd ervan om een beetje aanspraak te hebben het bezit of het gebruik ervan kunnen opeisen vb: jij kunt geen aanspraak maken op...
  2. Een aanspraak is het recht dat u heeft op zorg. Voor de zorgverzekering zijn de aanspraken wettelijk vastgelegd in de Zorgverzekeringswet. U kunt daarbinnen kiezen voor a...
  3. (oude rechtstermen:) eis
  4. De (pensioen)aanspraak is het door de werkgever aan de werknemer toegezegde pensioen, die in het pensioenreglement wordt vastgelegd (in de vorm van een aanspraak op pensi...
  5. Het recht om nakoming van een verplichting of het bezit of gebruik van iets te vorderen. Indien aanspraak wordt gemaakt op schadevergoeding kan dit betrekking hebben op e...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met aanspraak:
aanspraaktest

Herkomst volgens etymologiebank.nl
aanspraak (gelegenheid om iemand te spreken; recht om bezit of gebruik van iets te vorderen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `aanspraak`.