aanpakken

werkw.
Uitspraak:  anpɑkə(n)]
Vervoegingen:  pakte aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft aangepakt (volt.deelw.)

1) met de handen pakken wat je aangeboden wordt
Voorbeeld:  `Wil je die stapel boeken even aanpakken?`
Synoniem:  aannemen

2) maatregelen nemen tegen
Voorbeeld:  `milieuovertredingen aanpakken`
Synoniem:  optreden tegen

3)
van aanpakken weten  (hard kunnen werken)

4)
iemand hard aanpakken  (streng zijn tegen iemand) Synoniem: bestraffen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aangrijpen aanklampen aannemen aanvaarden aanvatten beetgrijpen beetnemen beetpakken beginnen benaderen doortastend zijn grijpen ingrijpen nemen onderhanden nemen ondernemen toegrijpen toetasten toetreden vastgrijpen vastnemen vastpakken vatten zich bedienen

Taaladvies
  1. Is to address een algemeen geaccepteerd anglicisme voor adresseren (`aanpakken`)? Zie to address / adresseren (`aanpakken`)
  2. Waar komt de zegswijze pootaan spelen vandaan? Zie Pootaan spelen
  3. Waar komt de uitdrukking van wanten weten vandaan en wat wordt ermee bedoeld? Zie Van wanten weten


Intensiveringen
Hoe kun je met aanpakken een ander begrip versterken?
te vies om met een tang aan te pakken
Uitdrukkingen die aanpakken betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
met de laarzen in de modder staan;

3 definities op Encyclo
  • •aanvatten •in rechte vervolgen.
  • in je handen nemen en vasthouden vb: hier, pak dat boek eens aan! iemand flink aanpakken [hem keihard zeggen welke kritiek je hebt]
  • 1) Aangrijpen 2) Aanklampen 3) Aannemen 4) Aanpoten 5) Aanvaarden 6) Aanvatten 7) Beetgrijpen 8) Beetnemen 9) Beetpakken 10) Beginnen 11) Benaderen 12) Bestraffen 13) Erm...
  • Toon uitgebreidere definities