I aan

bijwoord
Uitspraak:  [an]

1) in werking
Voorbeeld:  `De radio staat aan.`
Antoniem:  uit

2)
het is dik aan tussen hen  (zij zijn zeer goede vrienden of innige geliefden)


II aan

voorzetsel
Uitspraak:  [an]

1) <je gebruikt dit woord om te zeggen voor wie iets is>
Voorbeeld:  `een boek aan iemand geven`
Synoniem:  voor
het is aan jou om ...  (jij beslist of ...) `Het is aan jou of we weggaan.`

2) <je gebruikt dit woord bij plaatsaanduidingen>
Voorbeelden:  `aan tafel zitten`,
`aan de kust wonen`,
`je handen aan het stuur houden`
het aan je hart hebben  (een ziekte aan je hart hebben)

3) <je gebruikt dit woord om een verbinding of een relatie uit te drukken>
Voorbeelden:  `een knoop aan je overhemd zetten`,
`aan iemand denken`

4) als gevolg van
Voorbeeld:  `doodgaan aan kanker`
Synoniem:  door

5) bezig met
Voorbeeld:  `aan het werk zijn`

6)
aan iets toe zijn  (iets nodig hebben) `Ik ben toe aan vakantie.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aangaande betreffende bij boven circa dichtbij door in langs met naast nabij ongeveer op over plusminus sedert sinds uit van vanaf zowat uit (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• zoden aan de dijk zetten. (=daadwerkelijk hulp verschaffen.)
• zijn zegel aan iets hechten (=goedkeuring of toestemming ergens aan geven)
• zijn vingers aan iets branden (=zich in iets vergissen, nadeel aan iets ondervinden)
• zijn kaars aan twee kanten branden (=zijn krachten of mogelijkheden al te vroeg verspillen)
• zijn hart aan iets ophalen (=ergens enorm van genieten)
Toon alle 333 spreekwoorden die aan bevatten

Taaladvies
  1. Aan / à / tegen / voor: (bij prijsaanduiding) Welk voorzetsel hoort er bij prijsaanduidingen: aan, tegen of voor?
  2. Aan het taart eten / taart aan het eten: Wat is goed: Ze waren aan het taart eten of Ze waren taart aan het eten?
  3. Aan / bij: (de bushalte) Wat is juist: Ik heb een uur bij de bushalte staan wachten of Ik heb een uur aan de bushalte staan wachten?


10 definities op Encyclo
  1. All Area Network Netwerk waarvan de grootte niet echt begrenst is en dus niet valt onder de term LAN of WAN.
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: vz. en [bijwoord] het vuur is -, het vuur brandt; ik heb mijnen jas -, aangetrokken; dat gaat niet -, dat kan zoo niet gaan of geschied...
  3. [Vergeten woorden] (m.-v.) 1) grootouder 2) voorouder [= Duits Ahn, vermoedelijk verbogen vorm van an ‘ademend, levend, bezield’, bij anen ‘ademen’]
  4. voorzetsel Jaar van herkomst: 901-1000 (WPS )
  5. op of om je lichaam vb: ik heb een trui aan Tegenstelling: uit het is in werking vb: de radio staat aan Tegenstelling: uit aan elkaar vast vb: de kar zit aan de auto ZVV ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met aan:
aanaardenaanaardingaanaardploegaanbadaanbadenaanbakkenaanbakselaanbedenaanbedeneaanbeeldaanbeeldenaanbeeldsblokaanbeeldsblokkenaanbelandaanbelandenaanbelangaanbelangenaanbellenaanbermenaanbesteden
Toon alle woorden die beginnen met aan

Deze woorden eindigen op aan:
aangaanaangegaanaangestaanaanslaanaanstaanaard aanachtbaanachteraanachtergestaanachternagegaanachterstaanachteruitgaanachteruitgegaanachtervolgingswaanafdoen aanafgaanafgedaanafgegaanafgestaanafghaan
Toon alle woorden die eindigen op aan

Herkomst volgens etymologiebank.nl
aan (voorzetsel, bijwoord)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `aan` kennen.