126 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `wat`1) aap wat heb je mooie jongen (=sarcastische opmerking over iemand die wat al te trots is op iets.) 2) aap wat heb je mooie jongen spelen (=iemand vleien (tegen zijn zin)) 3) alles wat los en vast is/zit (=alles) 4) als een paal boven water staan. (=aan geen twijfel onderhevig zijn.) 5) als het water zakt, kraakt het ijs. (=elke oorzaak heeft gevolgen.) 6) april doet wat hij wil (=april geeft onvoorspelbaar weer) 7) avondrood brengt water in de sloot (=weerspreuk : rood ondergaande zon betekent vaak regen 's anderendaags) 8) avondrood water in de sloot (=een rood ondergaande zon betekent vaak regen 's anderendaags) 9) bang zijn zich aan koud water te branden (=erg voorzichtig zijn) 10) blijf uit zijn kielwater of je raakt in zijn zog (=blijf uit zijn buurt, want je wordt er slechter van) 11) boven water komen / boven water halen (=tevoorschijn komen / tevoorschijn halen, verschijnen, opduiken.) 12) boven water zijn (=alles is bekend geworden of is teruggevonden) 13) boven zijn theewater (=dronken) 14) daar is wat aan te kluiven (=daar is werk aan) 15) daar zal wat zwaaien (=daar zal een hartig woordje gesproken worden) 16) daar zitten nogal wat haken en ogen aan. (=er zijn meer problemen dan je op het eerste gezicht zou denken.) 17) dan zwaait er wat (=dan dreigen zware repercussies) 18) dat heeft nogal wat voeten in de aarde. (=dat is moeilijk te realiseren.) 19) dat is een paal onder water (=dat brengt meer nadeel dan voordeel) 20) dat kan al het water van de zee niet afwassen (=daar is niets aan te doen - dat kan je niet wegpraten) 21) dat staat als een paal boven water (=dat is een absolute zekerheid) 22) dat wast al het water van de zee niet af. (=iets is niet meer te veranderen/aan te passen) 23) de kruik gaat zo lang te water tot ze barst/breekt. (=als men steeds risico's blijft nemen, gaat het een keer mis.) 24) de lijn wat aanhalen (=strenger worden) 25) de voorsten doen wat de achtersten niet mogen (=wie eerst komt is in het voordeel) 26) de zon in het water kunnen zien schijnen (=kunnen verdragen dat een ander ook iets krijgt) 27) de zon niet in het water kunnen zien schijnen (=jaloers zijn, iets niet kunnen verdragen) 28) die twee lijken als twee druppels water op elkaar (=die twee lijken heel erg op elkaar.) 29) een lulletje rozewater. (=een weinig dynamisch persoon.) 30) een storm in een glas water. (=jezelf druk maken om (bijna) niets.) 31) een vliegende kraai/vogel vangt/vindt altijd wat. (=als je er maar op uit gaat, vind je altijd wel wat in je voordeel.) 32) elk wat wils zijn (=voor iedereen is er wat te vinden) 33) eten wat de kok/pot schaft (=eten wat er is (goed of slecht)) 34) geen water is hem te diep. (=hij durft alles te ondernemen.) 35) geen water te diep zijn (=nergens bang voor zijn, alles durven) 36) geld dat stom is, maakt recht wat krom is. (=mensen kunnen door financiële bevoordeling ertoe gebracht worden om onrecht toe te laten.) 37) geld wat stom is, maakt recht wat krom is. (=met geld kan men de ergste dingen goedmaken (voor geld is alles te koop)) 38) gods water over gods akker laten lopen (=de dingen op hun beloop laten) 39) heel wat in zijn mandje hebben (=veel geleerd hebben, veel weten) 40) heel wat op zijn kerfstok hebben (=veel dingen misdaan hebben (afgeleid van het gebruik om schulden bij een café te registreren door kerfjes in een stok te snijden).) 41) het aan zijn water voelen (=het instictief aanvoelen) 42) het geld dat stom is maakt recht wat krom is (=met geld kan men veel rechtzetten) 43) het hoofd boven water houden. (=financieel rondkomen, juist genoeg geld hebben om te kunnen leven.) 44) het is al geen goud wat er blinkt (=schijn bedriegt) 45) het is melk en water (=het is een futloze zaak) 46) het is niet al goud wat blinkt (=schijn bedriegt) 47) het is water en melk (=het is een futloze zaak) 48) het kind met het badwater weggooien (=samen met het slechte ook het goede wegdoen.) 49) het muist al wat van katten komt (=ieder volgt zijn karakter) 50) het oog wil ook wel wat. (=het uiterlijk van iets speelt ook een rol.) 202 betekenissen bevatten `wat`1) naar iemands pijpen dansen (=(onderdanig) alles doen wat iemand vraagt) 2) aan de veren kent men de vogel. (=aan het uiterlijk (verzorging/kleding) kun je zien met wat voor iemand je te maken hebt) 3) voor niets gaat de zon op. (=alles kost geld en moeite, behalve datgene wat van de zon komt) 4) zo vrij als een vogeltje in de lucht (=alles kunnen doen en laten wat iemand wil) 5) stelen als de raven (=alles maar stelen wat je kunt) 6) zijn hebben en houwen verliezen (=alles wat iemand bezit kwijtraken) 7) have en goed (verliezen) (=alles wat je hebt (verliezen)) 8) als de herder verdwaalt dolen de schapen. (=als de leider het verkeerd doet weten de mensen die hem volgen niet wat ze doen moeten) 9) aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet. (Naar Hieronymus van Alphen) (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden.) 10) gezelligheid kent geen tijd. (=als het gezellig is, is het niet erg als het wat later wordt.) 11) lieg ik, dan lieg ik in commissie. (=als ik niet de waarheid vertel komt dat omdat ik niet beter weet of vertel wat anderen vertellen) 12) een vliegende kraai/vogel vangt/vindt altijd wat. (=als je er maar op uit gaat, vind je altijd wel wat in je voordeel.) 13) haar wil is wet (=als wat zij wil niet gebeurt, dan ontstaan er grote conflicten.) 14) of je worst lust! (=antwoord als iemand `wat?!` zegt.) 15) het licht zien. (=begrijpen wat men daarvoor nog niet begreep.) 16) iets aan de kaak stellen (=bekend maken wat niet in orde is) 17) per fas et nefas (=bij al wat heilig is) 18) de kerk in het midden laten (=bij een meningsverschil geven beide personen wat toe om het eens te worden) 19) dat is geen geld. (=dat is erg goedkoop als je ziet wat je ervoor krijgt.) 20) dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd.) 21) dat is andere peper (=dat is wat anders, dat is moeilijker) 22) dat is andere tabak (=dat is wat anders, dat is moeilijker) 23) dat is andere tabak dan kanaster (=dat is wat anders!) 24) dat maakt een slok op een borrel (=dat scheelt heel wat) 25) dat scheelt een slok op een borrel (=dat scheelt heel wat) 26) die appelen vaart, die appelen eet. (=datgene wat iemand zelf verkoopt eet/gebruikt die ook) 27) niet door de beugel kunnen. (=de norm overschrijden van wat nog behoorlijk is.) 28) de grote vissen eten de kleine (=de ondergeschikten moeten doen wat de baas zegt) 29) mindere goden (=de wat minder sterke of slimme) 30) het hart op de tong dragen (=direct zeggen wat iemand denkt, ongeacht of dat slim is of niet) 31) de tijd vliet snel gebruik hem wel (=doe wat je moet doen, terwijl je nog kan) 32) met de wolven (in het bos) huilen (=doen wat de meerderheid doet) 33) woord houden (=doen wat iemand beloofd heeft) 34) zijn woord gestand doen (=doen wat iemand beloofd heeft) 35) er geen touw aan vast kunnen knopen (=door de onduidelijkheid niet kunnen begrijpen wat er wordt bedoeld) 36) onder de neus wrijven (=duidelijk zeggen wat er van gevonden wordt) 37) een straatje zonder eind (=een eindeloos proces, iets wat nooit ophoudt) 38) een draai aan iets geven (=een hele eigen versie van wat er gebeurd is vertellen) 39) blok aan het been (=een hinderpaal, iets wat vertraging meebrengt) 40) de steen der wijzen zoeken (=een oplossing zoeken voor iets wat bijna niet op te lossen is) 41) tegen het zere been schoppen (=een pijnlijke opmerking maken over iets wat gevoelig ligt.) 42) er ingaan als klokspijs (=er gemakkelijk ingaan (voedsel of wat gezegd wordt)) 43) er een schepje opdoen (=er nog wat aan toevoegen) 44) een zondagssteek houdt geen week. (=er rust geen zegen op het werk wat iemand op zondag doet) 45) niet over rozen gaan (=er zijn nogal wat moeilijkheden.) 46) voor elk wat wils (=er zit voor iedereen wel wat bij.) 47) ergens een potje te vuur hebben staan (=ergens noch wat zeer ongunstigs te verwachten hebben) 48) iemand op zijn zeer trappen (=ergens over praten wat door iemand als erg onplezierig ervaren wordt) 49) ergens een balletje over opgooien. (=ergens voorzichtig over beginnen te praten om erachter te komen wat anderen ervan vinden.) 50) eten wat de kok/pot schaft (=eten wat er is (goed of slecht)) Het dialectenwoordenboek kent 1462 spreekwoorden met `wat`1) Epers: `Alle bate help wat`, zea de mugge en pissen in de zee (=alle beetjes helpen) 2) Kerkdriels: `k goai bekant van mun eige af (=ik ga zowat van mijn stokje) 3) Moes: `Wa nou gezong'n` zei de koster en de keir'k stont in brand. (=wat kunnen we nu nog aanvangen?) 4) Lochristis: ...en guel den annekesnest (=... en wat weet ik niet nog allemaal/ enzovoort) 5) Zaans: 'Husse met prikke en langnat' (=Antwoord op de vraag 'wat gaan we eten?') 6) Zaans: 'Hutspot met braipenne' (=Antwoord op de vraag 'wat gaan we eten?') 7) Sint-Niklaas: 'k ben oardug (=ik ben wat misselijk) 8) Westerkwartiers: 'k ben wat vremd ien de huud (=ik voel me niet helemaal lekker) 9) Westerkwartiers: 'k wil wiet'n wat veur vlees ik ien 'e kuup heb (=ik wil weten wat ik daar aan heb) 10) Westerkwartiers: 'k zit hier niet om vlieg'n te vang'n (=als ik hier ben wil ik ook wat doen) 11) Veurns: 'k Zoen de katte buut'nsmiet'n mi zuk è muus! (=wat een aantrekkelijke vrouw!) 12) Westerkwartiers: 'n beetje averseer'n groag !! (=wat tempo maken graag !!) 13) Westerkwartiers: 'n loopn'de hond vangt altied wel 'n bot (=iemand die veel reist krijgt vaak wel wat) 14) Overmeers: 'n stroeleken woatre (=een waterlek) 15) Weerts: 'n stökske oploupe (=wat rondlopen) 16) Westerkwartiers: 'n zundagssteek holt gien week (=wat je op zondag maakt houdt het niet lang uit) 17) Sallands: 'pow, wat 'n batteri'je' (=iemand met een brede achterse) 18) Kinrooi: 't Ergste waat dich kan euverkómme is te haoje van emes dae van einen angere hiltj! (=Het ergste wat je kan overkomen is te houden van iemand die van een andere houdt.) 19) Lochristis: 't es mej moar ne schui'n (=wat een vreemde man.) 20) Lochristis: 't es mej nen oardeg'n droaere (=wat een vreemde man.) 21) Weerts: 't es wat te zegge asje mét aoj wiêver motj gaon egge; ze verrékke det ze trékke, ze houwe en ze slaon en asje saovus toês kotj, hejje nog niks gedaon (=een wat oudere vrouw laat niet met zich sollen) 22) Ninoofs: 't es za voeër gedrodj en geskeet'n (=hij lijkt op zijn vader als twee druppels water) 23) Aalsters: 't es zè voier gescheiten en gespagen (=hij trekt als 2 druppels water op zijn vader) 24) West-Vlaams: 't es'tn gespogen (=Hij lijkt er als twee druppels water op) 25) Venloos: 't Geit neet um einen boerenhaof (=Riskeer gerust wat bij het kaartspel) 26) Sint-Niklaas: 't geplets van de zwemmers int woater (=het geluid van de zwemmers in het water) 27) Westerkwartiers: 't heur'n en zegg'n vergijt je hier (=wat is het hier een kabaal) 28) Melseels: 't is 'em gespoogen en gescheten (=Hij lijkt als twee druppels water op...) 29) Antwerps: 't is 't ien en 't ander (=het is me wat) 30) Melseels: 't is alt e jonk of un aa mie 'em (=het is altijd wat met hem) 31) Dunges: 't is alted iets, en ut so we zen es ut nie zo was (=Het is altijd iets, en het zou wat zijn als het niet zo was) 32) Nieuw-vossemeers: 't is ammaol arremoei (=wat ben ik zielig) 33) Zwols: 't is bi'j ons thuus altied feest (=bij ons thuis is er altijd wat) 34) Stekens: 't is daar nogal teen en tander eh. (=dat is daar nogal wat he.) 35) helmonds: 't is dn deger wa (=het is ook altijd wat) 36) Veurns: 't Is etwot te zegg'n (=Het is nogal wat!) 37) Twents: 't is net ne OAD busse, d'r zit altied wat in (=vaak zwanger zijn) 38) Veurns: 't is nie ol gin goed dat blienkt, en slicht da stienkt! (=Nietalles wat blinkt is goud, en niet alles wat stinkt is slecht.) 39) Westerkwartiers: 't is niet alles gold wat d'r blinkt (=niet alles is zo goed als het lijkt) 40) Geels: 't Is nogal iet (=Het is me wat) 41) Sint-Niklaas: 't is teen en tander (=het is me wat) 42) Hulsbergs: 't is tied aan 'm! (=kom op, laat wat zien!) 43) Westerkwartiers: 't is wat ! en as 't niet aans wordt blift 't wat (='t is wat ! en als 't niet anders wordt blijft het wat) 44) Westerkwartiers: 't is wat ien dienst, aalmoal soldoat'n (=het is wat in dienst, allemaal soldaten) 45) Westerkwartiers: 't is zo heller as wat (=het is zo duidelijk als maar kan) 46) Kinrooi: 't Laeve waas veur veul minse neet zoeë gezellig es de bure get mieë gelök haje! (=Het leven was voor veel mensen niet zo gezellig moesten de buren wat meer geluk hebben!) 47) Westerkwartiers: 't leste schip moet ook vracht hemm'n (=je moet ook wat bewaren voor laatkomers) 48) Westerkwartiers: 't oog wil ok wat (=het moet er ook nog eens goed uit zien) 49) Klemskerks: 't Reegent da' 't zikt:: het giet water (='t Regent dat 't zeikt) 50) Geels: 't reigent aa muijers (=het giet water) 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 Volgende Bron
De spreekwoorden en gezegden zijn voor het grootste deel afgeleid van Wikiquote:
Nederlandstalige spreekwoorden,
Nederlandstalige gezegden en Wikipedia:
Lijst van Nederlandse spreekwoorden.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Tips en mededelingen Mededeling: Nieuwe spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden zijn altijd zeer welkom. U kunt ze e-mailen naar info@dirkslot.com | WoordenboekSpreekwoordenVertalenEncyclopedieRecente zoekopdrachtenTussen haakjes staat het aantal gevonden spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden• wie goed doet, goed ontmoet (1) • wat (126) • ijn hand (14) • stil (9) • van de kook zijn (1) • touw aan vast te knopen (1) • hoofd (69) • oorgaan (4) • de boter en de kaas (1) • Scheide (4) • dat spreekt boekdelen (1) • wind (33) • grond (21) • in iemands schoenen staan (1) • met de nek aanki (1) | |||||||
| © Woorden.org MMXI | Over woorden.org | Gebruikersvoorwaarden | Woord begint met... | ||||||||