Spreekwoorden

Zoek



6 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `vertellen`

  1. het niet meer kunnen navertellen (=er aan sterven)
  2. iemand iets onder de roos vertellen (=iemand in het geheim iets meedelen.)
  3. iets in geuren en kleuren vertellen. (=iets zeer uitvoerig en gedetailleerd vertellen.)
  4. iets in kleuren en geuren vertellen (=iets meet overdrijving en fantasie vertellen)
  5. iets van haver tot gort vertellen (=iets tot in detail vertellen)
  6. kort en bondig vertellen (=iets kort, maar duidelijk vertellen)

39 betekenissen bevatten `vertellen`

  1. iemand over de hekel halen (=allerlei slechte dingen vertellen over iemand)
  2. lieg ik, dan lieg ik in commissie. (=als ik niet de waarheid vertel komt dat omdat ik niet beter weet of vertel wat anderen vertellen)
  3. het is altijd koekoek éénzang. (=altijd hetzelfde verhaal vertellen of zelfde voorbeeld geven)
  4. breek me de bek niet open. (=begin daar maar niet over, want daar kan ik heel veel negatieve dingen over vertellen.)
  5. je moet geen slapende honden wakker maken. (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / je moet aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
  6. zijn hart uitstorten (=bij iemand alles (in vertrouwen) vertellen over de moeilijkheden)
  7. een boekje over iemand/iets opendoen (=de slechte dingen van iemand vertellen)
  8. er geen doekjes om winden (=de waarheid onverbloemd vertellen)
  9. een draai aan iets geven (=een hele eigen versie van wat er gebeurd is vertellen)
  10. klare wijn schenken (=eerlijk en duidelijk vertellen hoe de situatie in elkaar steekt)
  11. iemand het zwijgen opleggen (=er met niemand over mogen praten en nieman diets mogen vertellen)
  12. te biechte gaan (=gaan vertellen (wat je eigenlijk niet mag vertellen))
  13. praten als Brugman (=gemakkelijk mensen kunnen overtuigen en vlot en boeiend kunnen vertellen)
  14. zwijgen als het graf (=helemaal niets zeggen en/of totaal niets over iets vertellen)
  15. iemand iets aan de neus hangen (=iemand iets vertellen wat die beter niet kan weten)
  16. onder de roos (=iemand iets vertellen wat die niet aan anderen vertellen mag)
  17. zijn hart luchten (=iemand over de problemen vertellen die hij bij zich draagt)
  18. iemand een veer op de hoed steken (=iemand vertellen dat die z'n werk goed gedaan heeft)
  19. iemand uit de droom helpen (=iemand vertellen hoe het écht in elkaar zit)
  20. kort en bondig vertellen (=iets kort, maar duidelijk vertellen)
  21. iets in kleuren en geuren vertellen (=iets meet overdrijving en fantasie vertellen)
  22. iets op het hart hebben (=iets te vertellen hebben)
  23. iets van haver tot gort vertellen (=iets tot in detail vertellen)
  24. op de proppen komen (=iets vertellen)
  25. uit de school klappen (=iets vertellen wat men niet mag zeggen)
  26. iets in geuren en kleuren vertellen. (=iets zeer uitvoerig en gedetailleerd vertellen.)
  27. uit de lucht grijpen (=iets zonder enige grond vertellen)
  28. met de nachtschuit komen (=laat komen / iets vertellen dat iedereen al weet)
  29. iemand zwart maken (=lelijke dingen over iemand vertellen)
  30. iemands naam door de slijk halen (=lelijke dingen over iemand vertellen)
  31. het hart op de tong hebben (=meteen vertellen wat je bezig houdt.)
  32. uien tappen (=moppen vertellen)
  33. een slag om de arm houden (=niet direct alles vertellen of voorzichtig zijn om toekomstige problemen voor te zijn)
  34. met iemands woorden naar de markt gaan (=overal rondvertellen wat men elders horen zeggen heeft)
  35. onder de pantoffel zitten (=thuis niets te vertellen hebben)
  36. breed uitmeten (=uitvoerig vertellen)
  37. de dienst uitmaken (=vertellen wat er gebeuren moet)
  38. iemands doopceel lichten (=zeer uitgebreid vertellen/uitzoeken wie iemand is en wat die in het verleden allemaal gedaan heeft)
  39. voor de vuist weg (spreken) (=zonder voorbereiden iets moeten vertellen)

Het dialectenwoordenboek kent 73 spreekwoorden met `vertellen`

  1. Roermonds: sjaele wazel verkaupe (=onzin vertellen)
  2. Melseels: treut verkiëpen (=onzin vertellen)
  3. Vlijtingens: Zèvere (=Onzin vertellen)
  4. Lopiks: lekker flauw zijn (=een goede grap vertellen)
  5. Turnhouts: aai mokt em bleuskes waais (=iemand onzin/leugens vertellen)
  6. Mols: liege dagge zwet zie (=grove leugens vertellen)
  7. Waregems: voile skoole ouwn / zwarte skoole ouwn (=aangebrande moppen vertellen)
  8. Rotterdams: je mot niet zo uit je nek lullen. (=onzin vertellen)
  9. Antwerps: 'k mag doedvalle aklieg (=de waarheid vertellen)
  10. Mestreechs: op hawwe met drum dreije (=eindelijk de waarheid vertellen)
  11. turnhouts: iemaand bleuskes waaismoake (=iemand onzin/leugens vertellen)
  12. Evergems: de klokk'n luien (=iets vertellen wat niet mag)
  13. Westfries: Je prate as ien kip zonder kop (=Onzin vertellen)
  14. Turnhouts: iet uit oe kloeute slagen (=onzin vertellen)
  15. Nijmeegs: he lauw smoezen (=tegen niemand vertellen)
  16. Sint-Niklaas: lullen, zeveren (=flauwe praat vertellen)
  17. Kortenbergs: ni zieverre (=geen onzin vertellen)
  18. Bilzers: men naoës iëk (=ik hoor hier leugens vertellen)
  19. Munsterbilzen - Minsters: man en pieëd nieme (=naam en toenaam vertellen)
  20. Bilzers: zaumér get aut zen botte slon (=zomaar iets vertellen)
  21. Nieuwerkerks: erg van tong zen (=roddel over iemand vertellen)
  22. Oudenbosch: gij zij ne mooie (=jij weet het mooi te vertellen)
  23. Westerkwartiers: één wat onner de neus wriev'm (=iemand de waarheid vertellen)
  24. Wetters: iemand zijn boeksken opendoen (=van iemand de echte waarheid vertellen)
  25. Lokers: ij ligt onder de slooef (=man die niks te vertellen heeft)
  26. Eindhovens: wa kende gij zevere! (=wat kunt U een onzin vertellen)
  27. Brakels: mij nie uuren zèn (=ga je mij niet horen vertellen)
  28. Dordts: jij maak het hillemaal van eieren (=jij kan het leuk vertellen)
  29. Oudenbosch: zebbe niks in te brenge as lege briefkes (=ze hebben niets te vertellen)
  30. Munsterbilzen - Minsters: zene vaule was authange (=al zijn miserie in 't openbaar vertellen)
  31. Kaatsheuvels: hij zit ur ginne n'ééne (=Hij heeft niets te vertellen)
  32. Genneps: Iemes den gros wissele (=Iemand onverholen de waarheid vertellen)
  33. Sint-Niklaas: klink ut nie zo bots ut (=iets vertellen zonder nadenken)
  34. Munsterbilzen - Minsters: zen heile autbêmmel te grabbel goje (=uwe hele oremus vertellen)
  35. kortemarks: kgoat an je neuze nie angn (=ik zal het je niet vertellen)
  36. Westerkwartiers: die kirrel zit onner 't plak (=die man heeft niets te vertellen thuis)
  37. Munsterbilzen - Minsters: de moes nie zenen heile autbemmel vertëlle (=je moet niet alles vertellen)
  38. Antwerps: k zal a boeksken is oupedoen (=Ik zal ....eens vertellen over je streken en ondeugden)
  39. Westerkwartiers: hij het nog wat op 'e lever (=hij heeft nog ietrs te vertellen)
  40. Genneps: Ge ku.nt me d'n hak fiejoole (=Je kunt me nog meer vertellen)
  41. Giethoorns: As ik dit en as ik dat.Ase is verbraande turf (=Je kunt me nog meer vertellen)
  42. Lummens: seg mtske, ich mot oche eit zegge (=zeg meisje ik moet u iets vertellen)
  43. Bilzers: de gees waol bij den dievel te biechte (=aan die moet je maar alles vertellen!)
  44. Weerts: gae mótj 'm neet alles aan zien naas hânge (=je moet iemand niet alles vertellen)
  45. Giethoorns: As ik dit, as ik dat, ase is verbraande turf (=Je kunt me nog meer vertellen)
  46. Giethoorns: As ik dit,as ik dat.Ase is verbraande turf (=Je kunt me nog meer vertellen)
  47. Gents: tes veur mij een weete en veur eu een groaije (=ik zal het je niet vertellen)
  48. Bilzers: zwijg stil; zwijg stillekes-e-stil (=dat hoef je mij niet te vertellen)
  49. Sevenums: dich kons mich de ruk (pot) op (=je kunt me nog meer vertellen)
  50. Tilburgs: gè mot nie zo-ne lulpraot verkôope (=je moet niet zo'n onzin vertellen)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.