Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

11 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `taal`

  1. brutaal als de beul (=zeer brutaal)
  2. de vis wordt duur betaald (=idem)
  3. de vis wordt duur betaald. (=het vergt veel opoffering ( je moet er wat voor over hebben) om te krijgen wat je wilt.)
  4. een brutaal mens heeft de halve wereld. (=iemand die wat durft te zeggen krijgt het meestal wel voor elkaar)
  5. het tiend betaald hebben (=erg afgevallen zijn)
  6. iemand iets betaald zetten (=wraak nemen of straffen)
  7. ik ga horizontaal. (=ik ga slapen.)
  8. sijmen betaalt. (=diegene die het minste verdient draagt de kosten)
  9. taal noch teken van iemand vernemen (=niets van iemand horen/zien)
  10. wat men afdingt is het eerst betaald (=als men het goedkoop krijgt, is het vlugger betaald)
  11. zo brutaal als de beul zijn (=erg brutaal zijn)

46 betekenissen bevatten `taal`

  1. wat men afdingt is het eerst betaald (=als men het goedkoop krijgt, is het vlugger betaald)
  2. aan de grond zitten (=bankroet of totaal uitgeput zijn)
  3. door de wol geverfd zijn (=brutaal , schaamteloos zijn)
  4. een grote mond hebben/opzetten. (=brutaal zijn)
  5. stal noch haard vinden (=er niets meer van begrijpen - de weg totaal kwijt zijn)
  6. zoveel geven om iets als een boer om een kers (=er totaal niets om geven)
  7. zo brutaal als de beul zijn (=erg brutaal zijn)
  8. zo wijs als Salomo's kat zijn (=erg wijs denken te zijn, maar eigenlijk totaal niet zijn)
  9. heg noch steg weten (=ergens de omgeving totaal niet kennen)
  10. iets in de doofpot stoppen (=ergens totaal niet meer over praten, verzwijgen)
  11. de stoppen slaan door (=gezegd van iemand die totaal uit de bol gaat, gek wordt)
  12. zwijgen als het graf (=helemaal niets zeggen en/of totaal niets over iets vertellen)
  13. er met de grove bijl in hakken (=het brutaal aanpakken)
  14. het laat mij Siberisch koud (=het interesseert me totaal niet.)
  15. met iemand afrekenen (=iemand betalen; iemand iets betaald zetten)
  16. een sigaar uit eigen doos presenteren. (=iemand iets aanbieden dat in feite door de ontvanger zelf is betaald.)
  17. een dood kind met een lam handje (=iets dat totaal waardeloos is)
  18. tegen de maan blaffen (=iets doen wat totaal niet helpt / nodeloze bedreigingen uiten)
  19. water in zee dragen / Water naar de zee dragen (=iets doen wat totaal zinloos is / iets overbodigs doen)
  20. als een tang op een varken slaan (=iets heeft totaal niets met een besproken onderwerp te maken)
  21. een waarheid als een koe (=iets totaal vanzelfsprekends)
  22. water in de zee dragen (=iets totaal zinloos doen)
  23. een vlag op een modderschuit (=iets wat totaal misstaat)
  24. in somma (=in het totaal)
  25. een veer van zijn mond kunnen blazen (=nog niet totaal uitgeput zijn)
  26. jan kontant (=solide koopman / iemand die contant betaalt)
  27. op het gijpen liggen (=stervend of totaal buiten adem zijn)
  28. sap noch kracht hebben (=totaal geen waarde hebben)
  29. rozengeur en maneschijn (=totaal geluk)
  30. het niet meer hebben (=totaal in verwarring geraken - van de kook zijn)
  31. geen droge draad aan het lijf hebben (=totaal nat geregend zijn (soms ook : door en door bezweet))
  32. geen touw aan vast te knopen (=totaal onbegrijpelijk)
  33. het vijfde rad/wiel aan de wagen (=totaal overbodig, ongewenst)
  34. zo rot als een mispel (=totaal rot (bedorven))
  35. leven als een vis in het water (=totaal tevreden en onbekommerd leven)
  36. als een snoek op zolder (=totaal uit zijn element)
  37. man met de hamer tegenkomen (=totaal uitgeput geraken)
  38. uit de lijken geslagen (=totaal van zijn stuk gebracht)
  39. goed voor de schroothoop (=totaal verloren)
  40. naar de barrebiesjes gaan (=totaal verloren gaan zonder dat er iets van overbleef (bv schip))
  41. met de grond gelijk maken (=totaal vernietigen)
  42. appels met peren vergelijken (=twee totaal verschillende dingen vergelijken)
  43. van de kaart zijn (=uitgeschakeld zijn - totaal versuft zijn)
  44. de brutalen hebben de halve wereld. (=wie brutaal is krijgt doorgaans meer dan dat diegene recht op heeft)
  45. brutaal als de beul (=zeer brutaal)
  46. de verzenen tegen de prikkels slaan (=zich totaal machteloos tegen iets blijven verzetten)

Het dialectenwoordenboek kent 15 spreekwoorden met `taal`

  1. Bilzers: goed van toengriem gesniën (=taalvaardig)
  2. Westerkwartiers: hij is ruug ien 'e mond (=hij heeft een grof taalgebruik)
  3. Zeeuws: De zeeuwse taele is de mooiste taele van oalemaele! (=De zeeuwse taal is de mooiste taal van allemaal!)
  4. Munsterbilzen - Minsters: stroese kal on zich hëbbe (=gespierde taal spreken)
  5. Munsterbilzen - Minsters: zoe daud asne piereng (=taal noch teken geven)
  6. Westerkwartiers: die sprekt kloare toal (=die man spreekt heldere taal)
  7. Kinrooi: Ouge spraeken euveral dezelfdje taal! (=Ogen spreken overal dezelfde taal!)
  8. Zeeuws: top of tie-eken (=taal noch teken)
  9. Twents: proat ie 's in oew moodersproake (=praat jij eens plat in jouw taal)
  10. Westerkwartiers: doar is gien woord fraans bij (=dat is duidelijke taal)
  11. Fries: Frysk blinder (=Fries is de oudte taal van nederland)
  12. Flakkees: Amme preute (is geen nette taal) erg grof!! (=Maar dat doe ik niet)
  13. Sint-Niklaas: taal mor alles toûp (=tel maar alles samen op)
  14. Brussels: Amplojeit zou veul Franse woude ni, de Vlomse langosje es abbondant genoeg (=Gebruik zo veel Franse woorden niet, de vlaamse taal is rijk genoeg)
  15. gronings: Wie wöllen Hollands eren maar 't Grunings nooit verleren. (=Wij willen de hollandse taal leren maar ons dialect nooit vergeten..)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen