Spreekwoorden

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `suiker`

  1. iemand ongesuikerd zeggen waar het op staat (=iemand ongegeneerd de waarheid zeggen)
  2. ongesuikerd zeggen waar het op staat (=onverbloemd de waarheid zeggen)

Het dialectenwoordenboek kent 14 spreekwoorden met `suiker`

  1. Sint-Niklaas: ne suikernonkel, een suikertante (=een kinderloze oom of tante waar men van kan erven)
  2. Sint-Niklaas: 't kinnekkun é kinnekkussuiker gekakt (=suikerbonen bij geboorte)
  3. Antwerps: trolleebus vaan de soikeroi (=TrolleyBus v/d suikerui)
  4. Overmeers: e kluitsen suikre (=klontje suiker)
  5. nuths: Ich mo,gde vander pap ,t klotje oet ,t elske schloeke. (=Ik mocht van mijn vader wel eens het suikertje uit zijn borrel hebben.)
  6. Bosch: dinteloord spek (=suiker op brood)
  7. nuths: Ich mougde vander pap ,t klotje oet ,t elske schloeke. (=Ik mocht van mijn vader wel eens het suikertje uit zijn borrel hebben.)
  8. Fries: sa skjin as sûker (=zo schoon als suiker)
  9. Tilburgs: nondejuuke meej sööker (=brandewijntje met suiker)
  10. Overmeers: 'n broksken suikre (=een klontje suiker)
  11. Flakkees: Hallelujah brôd mit suuker (=Hallelujah brood met suiker)
  12. Brakels (gld): Tot in du korsutijd, tot in du peejutijd (=Tot in de kersentijd, tot in de (suiker)bietentijd)
  13. Huizers: Ik kan d'r wel suiker uit kaauwen (=Ik vind het heel lekker)
  14. Fries: Bûter, brea en brûne sûker, wa't dat net sizze kin gjin uprjochte Fries (=Boter roggebrood en bruine suiker, wie dat niet zeggen kan is geen echte Fries)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.