Spreekwoorden

Zoek

9 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `spek`

  1. de kat bij het spek zetten (=iemand in verleiding brengen)
  2. de kat op het spek binden. (=iemand volop de gelegenheid geven zich te vergrijpen aan wat hij wil, maar beslist niet mag hebben.)
  3. er voor spek en bonen bij zitten (=er voor niets bijzitten)
  4. geen spek voor de bek (=ongeschikt - iets wat men niet aankan)
  5. hij heeft net zoveel geld in de buidel als een jood spek in de kast. (=hij is straatarm.)
  6. met een metworst naar een zij spek gooien (=iets weinig waardevols opofferen om iets waardevols terug te krijgen)
  7. met spek schieten (=overdrijven of opscheppen)
  8. met spek vangt men muizen (=met veel vrijgevigheid kan men iedereen overhalen)
  9. voor spek en bonen (=zonder enige betekenis)

Het dialectenwoordenboek kent 49 spreekwoorden met `spek`

  1. Westerkwartiers: zo glad as 'n oal (=spekglad)
  2. Westerkwartiers: zij is spekerhaard (=zij is bikkelhard)
  3. Westfries: Trouwe is voer zoeke voor een aar z'n goit. (=Trouwen is je schoonouders spekken)
  4. Overpelts: ich bin zo muuch as een spekmoaj (=ik ben moe)
  5. Walshoutems: Enne brooi spek (=Een stuk spek)
  6. Sint-Niklaas: geregeld spek (=spek met vet doorregen)
  7. Westlands: roomse bonen en gereformeerd spek (=tuinbonen met spek)
  8. Zeeuws: errebeiers spek (=ontbijtkoek)
  9. limburgs: per basjele tang (schinveld) 15 (=Voor spek en bonen)
  10. Heerlens: vuur kuukevleesj (=voor spek en bonen)
  11. Liemers: De spekkis is laeg.....en de zoeg nog 'n mager scharminkel...... (=Niks meer achter de hand hebben.)
  12. Zeeuws: kbint zo beu as hespohen spek (=beu)
  13. Dongens: kwoij dek un aai haij, dan bakte iek un aai mee spek ak spek haij (=ik wou dat ik een ei had dan bakte ik een ei met spek als ik spek had)
  14. Bilzers: aste nog nauts get hübs gezien, mér nau kiekste mér és goed (=nog nooit vertoond spektakel !)
  15. Munsterbilzen - Minsters: de bès terbij (=je hebt het spek aan je been)
  16. Munsterbilzen - Minsters: as ermoej troef ès, aete ver alleen mèr spek bij et braud (=in dagen van nood, eten we spek mèt brood)
  17. Sint-Niklaas: mè spek schieten (=grootpraat of overdrijven)
  18. Gents: gien spek veur euwen bek (=niet voor u weggelegd)
  19. Lebbeeks: boezjie: De boezjie vastagen (=Voor spek en bonen bij een vrijend stel zijn)
  20. Munsterbilzen - Minsters: vür spek en baune ston (=voor aap staan)
  21. Bosch: dinteloord spek (=suiker op brood)
  22. Zeeuws: voe spek en boeannen (=voor niks)
  23. Sittards: De wouf bie de sjäöp zètte (=De kat op het spek binden)
  24. Giethoorns: gien spek zonder zwaore (=Gien roosie zonder doornen)
  25. Lichtervelds: jeet spek an zn bièèn (=hij heeft het zitten)
  26. Zeels: è ee 't spek å zijn klüeten (=het is een verliezer)
  27. Huizers: spek in 't hongdenest gooien (=Paarlen voor de zwijnen werpen)
  28. Betuws: k zai ut zoo zat as gespege spek (=ergens beu van zijn)
  29. Weerts: gae mótj gein spek in e vet vêrreke staeke (=iemand niet overdadig begunstigen)
  30. Gents: 'k goa eu een suuke op uwe spekkewinkel geve dadde stuikt gelêk een schelle pénse (=ik zal je klap om je oren geven, dat je er niet goed van zijt)
  31. Veurns: Da 's gin spek vo joen bek (=Dat is niets voor jou)
  32. Munsterbilzen - Minsters: dae hèttet spek on zen been (=die heeft het zitten)
  33. Lichtervelds: jeet spek an ze bièènn (=hij is er de dupe van)
  34. Sint-Niklaas: ès weer mè spek ont schieten (=hij is weer aan het overdrijven)
  35. Munsterbilzen - Minsters: ter vër spek en baune bijzitte (=het vijfde wiel aan de wagen zijn)
  36. Oudenbosch: ut spek mot daor in veul parte (=ze zijn daar met velen thuis)
  37. Lebbeeks: kloeët'n: 't spek on a kloeët'n emmen (=Betrapt worden, iets negatiefs meemaken)
  38. Slands: zoh zat as gespoge spek (=ergens genoeg van hebben of het zat zijn)
  39. Westerkwartiers: hij dut met veur spek en boon'n (=hij doet niet volwaardig mee)
  40. Munsterbilzen - Minsters: God zallet dich laune, ésset nie mét spek dan ésset mét baune (=je hebt nog wat tegoed !)
  41. Westerkwartiers: men moet de kat niet op 't spek biend'n (=men moet een dief geen gelegenheid geven)
  42. Diems: met 'n metwos noar 'n zi'jen spek gooien (=met iets kleins wat groters proberen te bemachtigen)
  43. Munsterbilzen - Minsters: zoe vèttëg as spek (=niet om zonder handschoenen aan te pakken)
  44. Marks: da's giene spek veur aâ bek (=dat is te fijn, of te duur ...enz. voor U)
  45. Noord-Veluws: die schöt nog wel ies met spek (=die overdrijft nog wel eens)
  46. Weerts: waat dejje aan 't vêrreke voortj, krieje aan spek trök (=een goede behandeling brengt voordeel)
  47. Munsterbilzen - Minsters: ter vür spek en baune bijloope (=het vijfde wiel aan de wagen zijn)
  48. Rijssens: met ne wös noar ne ziehe spek gooin (=door iets kleins te schenken hopen op een groter geschenk)
  49. Gronings: Mit 'n metworst noar'n ziede spek gooien (=Men gooit een spiering uit om een kabeljauw te vangen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.