Spreekwoorden

Zoek



9 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `spek`

  1. de kat bij het spek zetten (=iemand in verleiding brengen)
  2. de kat op het spek binden. (=iemand volop de gelegenheid geven zich te vergrijpen aan wat hij wil, maar beslist niet mag hebben.)
  3. er voor spek en bonen bij zitten (=er voor niets bijzitten)
  4. geen spek voor de bek (=ongeschikt - iets wat men niet aankan)
  5. hij heeft net zoveel geld in de buidel als een jood spek in de kast. (=hij is straatarm.)
  6. met een metworst naar een zij spek gooien (=iets weinig waardevols opofferen om iets waardevols terug te krijgen)
  7. met spek schieten (=overdrijven of opscheppen)
  8. met spek vangt men muizen (=met veel vrijgevigheid kan men iedereen overhalen)
  9. voor spek en bonen (=zonder enige betekenis)

Het dialectenwoordenboek kent 69 spreekwoorden met `spek`

  1. Westerkwartiers: zo glad as 'n oal (=spekglad)
  2. Roermonds: Doe bus un nienke! (=Jij bent een dikke vette speknek!)
  3. Westerkwartiers: zij is spekerhaard (=zij is bikkelhard)
  4. Westfries: Trouwe is voer zoeke voor een aar z'n goit. (=Trouwen is je schoonouders spekken)
  5. Overpelts: ich bin zo muuch as een spekmoaj (=ik ben moe)
  6. Epers: gien spek zonder zwoare (=geen spek zonder zwoerd)
  7. Oudenbosch: daddis spekske naor z n bekske (=dat is wat hij wil)
  8. Eekloos: spekken dien rekken in plakken an de zakken (=snoep)
  9. Walshoutems: Enne brooi spek (=Een stuk spek)
  10. Sint-Niklaas: geregeld spek (=spek met vet doorregen)
  11. Westlands: roomse bonen en gereformeerd spek (=tuinbonen met spek)
  12. Hoeilaart: Een breij dunneke (=Een snede mager spek)
  13. Hulsters (NL): voor spek en bonen (=oefenpartijtje)
  14. Zeeuws: errebeiers spek (=ontbijtkoek)
  15. Heerlens: vuur kuukevleesj (=voor spek en bonen)
  16. limburgs: per basjele tang (schinveld) 15 (=Voor spek en bonen)
  17. Zeeuws: kbint zo beu as hespohen spek (=beu)
  18. Liemers: De spekkis is laeg.....en de zoeg nog 'n mager scharminkel...... (=Niks meer achter de hand hebben.)
  19. Bilzers: aste nog nauts get hübs gezien, mér nau kiekste mér és goed (=nog nooit vertoond spektakel !)
  20. Oudenbosch: er vor kee-s en brood bij zitte (=er voor spek en bonen bij zitten)
  21. Munsterbilzen - Minsters: de kat oppet spek bènne (=de ogen uitsteken)
  22. Zuid-west-vlaams: het spek an zin kloten (=het zitten hebben)
  23. Leefdaals: ai eit 't spek oan (=hij heeft het zitten)
  24. Dongens: kwoij dek un aai haij, dan bakte iek un aai mee spek ak spek haij (=ik wou dat ik een ei had dan bakte ik een ei met spek als ik spek had)
  25. Eekloos: In Eéklu bakn ze spekn die rekn in aon de zakn blijvn polakn (=In Eeklo bakken ze karamels die uitrekken en aan de zakken blijven plakken)
  26. Munsterbilzen - Minsters: de bès terbij (=je hebt het spek aan je been)
  27. Sint-Niklaas: mè spek schieten (=grootpraat of overdrijven)
  28. Gents: gien spek veur euwen bek (=niet voor u weggelegd)
  29. Munsterbilzen - Minsters: vür spek en baune ston (=voor aap staan)
  30. Lebbeeks: boezjie: De boezjie vastagen (=Voor spek en bonen bij een vrijend stel zijn)
  31. Weerts: dae es met spek braoje oet de pan gesprônge (as 'nne herst) (=onnozele hals)
  32. Oudenbosch: vrijdags ete we spek mee spijle (=vrijdag wordt er vis gegeten)
  33. Munsterbilzen - Minsters: as ermoej troef ès, aete ver alleen mèr spek bij et braud (=in dagen van nood, eten we spek mèt brood)
  34. Zeeuws: je mo de ratn ant spek zie te ouwen (=flemen)
  35. Zeeuws: iekan hoed mie spek schietn (=iemand met fantasie verhalen)
  36. Opglabbeeks: de kat opt spek binne (=in verleiding brengen)
  37. Zuuns: ze skieten ie mè spek (=ze overdrijven fel)
  38. Sittards: De wouf bie de sjäöp zètte (=De kat op het spek binden)
  39. Huizers: spek in 't hongdenest gooien (=Paarlen voor de zwijnen werpen)
  40. Giethoorns: gien spek zonder zwaore (=Gien roosie zonder doornen)
  41. Lichtervelds: jeet spek an zn bièèn (=hij heeft het zitten)
  42. Zeels: è ee 't spek å zijn klüeten (=het is een verliezer)
  43. Bosch: dinteloord spek (=suiker op brood)
  44. Zeeuws: voe spek en boeannen (=voor niks)
  45. Munsterbilzen - Minsters: vër him ésset ammel spek vër baune (=de tuinder zit op zwart zaad)
  46. Lovendegems: 't spek aan zijn been hebben (=het kind van de rekening zijn*)
  47. Munsterbilzen - Minsters: das spek noë mene bek (=dat staat me aan !)
  48. Gents: 'k goa eu een suuke op uwe spekkewinkel geve dadde stuikt gelêk een schelle pénse (=ik zal je klap om je oren geven, dat je er niet goed van zijt)
  49. Munsterbilzen - Minsters: ter vër spek en baune bijzitte (=het vijfde wiel aan de wagen zijn)
  50. Lebbeeks: kloeët'n: 't spek on a kloeët'n emmen (=Betrapt worden, iets negatiefs meemaken)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.