Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `schild`

  1. iets in zijn schild voeren (=iets van plan zijn, een geheim hebben, stilzwijgend een plan uitvoeren)
  2. Kijken als een hard geschilde aardappel (=Bleek zien)
  3. op het schild verheffen (=tot leider maken)

Eén betekenis bevat `schild`

  1. iemand doodverven met iets (=iemand bestemd voor een post achten, iemand als de dader van iets afschilderen (doodverf is grondverf)[1])

Het dialectenwoordenboek kent 14 spreekwoorden met `schild`

  1. Gents: 't schol nie veele, 't schildege nie veele (=het was nipt)
  2. Zeeuws: un eilihen dag (=bij het schilderen overgeslagen plekje)
  3. Oudenbosch: ijee un panneke vet opstaon (=hij voert iets in zijn schild)
  4. Arendonks: hai stah doar scheuwen te schildereh (=hij wacht op zijn lief)
  5. Gents: ne kladpotter (=een slechte schilder)
  6. Sint-Niklaas: iemand ne poater schilderen (=iemand liggen hebben)
  7. Mechels (BE): 't plaffon van de groete mèt schildere (=niets doen)
  8. Gents: ne poater schilderen (=een loer draaien)
  9. Wetters: Iemand n'en paeter schilderen (=Iemand bedriegen)
  10. Munsterbilzen - Minsters: hae zoeg waol kleire van de raengerboeëg (=de schilder zag het zwart voor de ogen toen hij van de ladder viel)
  11. Melseels: da schild en luis op ne pletskop (=dat scheelde geen haar)
  12. Brugs: 't plafong van de mart schilderen (=een nutteloos werk doen)
  13. Westerkwartiers: dat schilde moar 'n hoarke (=dat scheelde maar een haartje)
  14. Tilburgs: bij de kappesiene koste biechte bij unne dôove paoter, dè schilde hil wè in de pinnetènsie. (=bij de kapucijnen kon je biechten bij een dove pater, dat scheelde flink wat in de opgelegde penitentie)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen