Zoek spreekwoorden met het woord:




5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `rook`


1) geen rook zonder vuur (=er wordt niet over gepraat of er is wel iets van waar)
2) het wierookvat zwaaien (=lof toezwaaien)
3) van liefde rookt de schoorsteen niet (=van de liefde alleen kan je niet leven)
4) waar rook is is vuur (=waar geruchten over wangedrag zijn, zal er ook wel iets mis zijn.)
5) wierook toezwaaien (=lof toezwaaien)

Het dialectenwoordenboek kent 50 spreekwoorden met `rook`


1) Steins: ` Dat waor nog 'ns get veur in de Zònjèse brook` (=wordt gezegd over een langvormig voorwerp)
2) Westerkwartiers: 't ies is brook'n (=breken - het ijs is gebroken)
3) Westerkwartiers: 't ies is brook'n (=de spanning is er af)
4) Westerkwartiers: 't is of de steen'n sprook'n hemm'n (=het is toch uitgelekt)
5) Tilburgs: assie nie rokt, ròktie van de wèès (=wanneer hij niet rookt, raakt hij de kluts kwijt)
6) Waregems: azooë zie(de)!// da 's usprook'n zie! (=goed verwoord! (compliment))
7) Munsterbilzen - Minsters: bau rook ès , ès viër (=waar roddels de ronde doen, is de waarheid niet ver af)
8) Helenaveens: Brook d'n tak af? (=Brak de tak?)
9) Munsterbilzen - Minsters: dae geet nog ene rooke (=de tabakshandelaar èste sigaar)
10) Tegels: Dae rauk wie de sjouw van Tieglia (=Iemand die veel rookt)
11) Steins: Dat is ei sterk stök in ein ouw brook (=Dat is een ongeloofwaardig verhaal)
12) Rotterdams: de konegin mot ook scheite,dacchie dat ie lekke rook (=als er iemand commetaar heb na je toiletbezoek)
13) Oudenbosch: de rook sloog tege nut plaffon (=ze hebben erg ruzie gemaakt)
14) Sint-Niklaas: dien dikke rook pakt me (=die rook hindert mij)
15) Westerkwartiers: doar ken de schoorsteen niet van rook'n (=daar kan de zaak niet van bestaan)
16) Munsterbilzen - Minsters: doë kan de sjoo nie van rooke (=met zo weinig kan ik niet rondkomen)
17) Munsterbilzen - Minsters: doeër de rook zoegter zen eege nog nimei (=de cafébaas was het zat dat zijn klanten binnen wilden roken)
18) Waregems: dr es geeën droad an ebrookn (=we nemen het u niet kwalijk)
19) Munsterbilzen - Minsters: eege stoef stink (=let maar op met iemand die zichzelf bewierookt)
20) Heerlens: Franse brook (=zonder ondergoed, bloot)
21) Munsterbilzen - Minsters: gerook vlees bederf nie (=je sterft niet van roken)
22) Waregems: gieën'n droad an gebrookn (=niets aan de hand)
23) Munsterbilzen - Minsters: haaj mauste rooke, alléén nie autbloeëze (=roken mag, dampen niet)
24) Texels: Hei-je het hooi òn de róók? (=Is je vrouw in verwachting, heb je iemand zwanger gemaakt?)
25) Westerkwartiers: hij moet nog 'n leleke piep rook'n (=er hangt hem nog een straf boven zijn hoofd)
26) Westerkwartiers: hij smookt 'n roare piep tebak (=roken - hij rookt een rare pijp tabak)
27) Texels: Hut waait dat't rôôkt. (=Het waait hard)
28) Harelbeeks: Ie dee in zyn brook van benaudehie (=hij had vreselijke angst)
29) Waregems: ie moet 't gebokk'n/ ie zit mee de gebrook'n pott'n (=hij moet het lijdzaam ondergaan)
30) Heusdens: inne kapelstroat woent me`bruurke me`ze vrooke (=in de kapelstraat woont mijn broer met zijn vrouwtje)
31) Harelbeeks: J'ee zyn brook vul bill'n (=Hij is wel doorvoed)
32) Harelbeeks: J'oa beetr'in zyn brook geskeet'n (=Dat had hij beter niet gedaan)
33) Munsterbilzen - Minsters: juffrooke, gaer höb n rêddel èn oer hoeëse (=juf, er is een ladder in je nylons)
34) Schevenings: Kind, wat 'ei-je dat môi 'esprooke! (=Kind, wat heb je dat prachtig gezegd!)
35) Buggenhouts: mama,mama mein voeten hemme ka de stoof es oit mau de schapeip doempt (=moeder, moeder mijn voeten hebben koud de kachel is uit maar de schoorsteen rookt)
36) Bilzers: me getraud léve es n echt sprookske, mér ich hûb de heks getroffe (=sprookjes zijn bedrog)
37) Bilzers: nen turk éster niks tiëge (=hij rookt als een Turk)
38) Steins: op de lónge rouke (=het inhaleren van tabaksrook)
39) Bilzers: rook mér goed, gerook vlees hilt langer (=Wie rookt, die blijft !)
40) Giethoorns: rookvleis duurt lange (=Een Gerookte worst blijft lang goed -wordt ook gezegd van iemand die lang in een rokerig vertrek verkeren)
41) Munsterbilzen - Minsters: sêffes deeste èn zen broek (=rook je nu al, zo jong)
42) wijlres: sjtuute en in de brook sjiete is gèng kuns (=niets presteren en toch opscheppen)
43) Waregems: t nie lang etrook'n en (=na een korte ziekte overlijden)
44) Munsterbilzen - Minsters: tès gene man dae nie rooke kan (=roken is een teer onderwerp)
45) Langemarks: tis moa de rook die deur de schouwe goat (=van iemand die gierig is)
46) Roosendaals: Ut schouwke mot blijve róóke. (=Er moeten inkomsten zijn.)
47) Bilzers: Wat hélpe kepotsje en pil asset vrooke nie poepe wil (=Gebruik de juiste hulp)
48) Evergems: woar da ro'k es, est er vier (=geen vuur zonder rook)
49) Westerkwartiers: woar rook is is vuur (=roken - waar rook is is vuur)
50) Westerkwartiers: zij rook'n lont (=zij roken hun kans)

Bron
De spreekwoorden en gezegden zijn voor het grootste deel afgeleid van Wikiquote: Nederlandstalige spreekwoorden, Nederlandstalige gezegden en Wikipedia: Lijst van Nederlandse spreekwoorden. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Tips en mededelingen
Tip: Er wordt ook gezocht in de dialectenwoordenboeken van mijnwoordenboek. Hier staan inmiddels 12000 spreekwoorden en gezegden in.

Woordenboek

dag pragmatisch adequaat

Spreekwoorden

kat klok heilig boter

Vertalen



Encyclopedie


Recente zoekopdrachten

Tussen haakjes staat het aantal gevonden spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden
rook (5)
de bovento (1)
platgetreden paden/wegen (1)
schoen (31)
orgaan (4)
led (7)
een oogje op iemand hebben (1)
uu (89)
Laz (22)
overboord vallen (1)
Laatste loodjes wegen (1)
hart onder (1)
uitstel (3)
oog hebbe (7)
alles over een kam scheren (1)
© Woorden.org MMXI | Over woorden.org | Gebruikersvoorwaarden | Woord begint met...