Zoek spreekwoorden met het woord:


Vorige 0 1 2 3 4 Volgende



53 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ring`


51) weten waar de schoen wringt (=weten waar het probleem zit)
52) weten waar het schoentje knelt/wringt (=weten waar het probleem zit)
53) zich in allerlei bochten wringen (=er op alle mogelijke wijzen proberen onderuit te geraken)

44 betekenissen bevatten `ring`



Het dialectenwoordenboek kent 229 spreekwoorden met `ring`


51) Westerkwartiers: dat was schering en ienslag (=dat kwam nogal vaak voor)
52) Munsterbilzen - Minsters: de bès nie van de waajs te bringe (=je bent niet uit je lood te slaan)
53) Bilzers: de bés noch nie zoe stoem aste autziës (=jouw redenering bevalt me)
54) Munsterbilzen - Minsters: de brings mich van menen aprepoo (=ik geraak de kluts kwijt)
55) westvlaams: de kraaien goant uutbringn (=de waarheid zal wel uitkomen)
56) West-Vlaams: de kraaien goant uutbringn (=de waarheid zal wel uitkomen)
57) Heerlens: de kwint sjpringe (=het teveel worden)
58) Bilzers: De moes Zjeezeke z'n ooge ni autstaeke (=Je moet zuinig omspringen met etenswaar)
59) Munsterbilzen - Minsters: de taering noë de naering zètte (=niet méér uitgeven dan je kan verdienen)
60) Munsterbilzen - Minsters: de vliegende sjijt höbbe (=dringend weg moeten)
61) Bilzers: de zos én zen eege klitse bijte van sjangering (=je kan jezelf wel wat aandoen van kwaadheid)
62) Waregems: den plong e(s) esprouwn (=de zekering is doorgebrand)
63) Roeselaars: Den tring en tram één der nog nie ipgezeten (=Die vrouw heeft al veel mannen gehad)
64) Margratens: der zege kriege (=goedkeuring krijgen)
65) Munsterbilzen - Minsters: der zitte storinge opte laajn (=er zijn meningsverschillen)
66) Opglabbeeks: det kumt uut,al moote de krêje het uutbringe (=de waarheid zal uitkomen)
67) Waregems: deur 't eeuwig proam'n (=omdat je zo bij me aandringt)
68) Westerkwartiers: deur ervoaring wies word'n (=door ervaring wijs geworden)
69) Westerkwartiers: die is deur de wol vaarfd (=die is door ervaring gekneed)
70) Amies: Die vrouw huurt de pieringe hooste in Ingeland (=Die vrouw is erg krenterig)
71) Oudenbosch: diejen e-ring braoit nie (=die vlieger gaat niet op)
72) wijlres: doe m's dich neet op d'r kop laote sjiete (=men moet zich niet laten ringeloren)
73) wijlres: doe mós dich neet op d'r kop laote sjiete (=men moet zich niet laten ringeloren)
74) Bilzers: doë vrinket sjinke (=daar wringt de schoen)
75) Bilzers: doë zittevër heilegans nie vür te springe;- opte waachte (=als dat maar niet zo vér komt)
76) Westerkwartiers: dooie -visje-vreter (=iemand die een haring verorbert)
77) Ransts: door ist ok keeremis (=onderrok of voering die onder rok komt uitpiepen)
78) Katwijks: Drukke nering (=Grote drukte)
79) Hulsters (NL): dun deurbel tringelt (=de deurbel rinkelt)
80) Zwols: Döör bint mi'j de stienen nog eigen (=Daar heb ik goede herinneringen aan)
81) Bilzers: e biëgske rond iemed maoke (=in een kringetje rond iemand lopen (mijden))
82) Bilzers: e koet én de loch springe (=geen blijf weten met zijn geluk)
83) Bilzers: e kringsel van e joenk (='n ambetant kind)
84) Leuvens: e rezonnement (ge)lak een polissemoets zonder voejering (=een domme redenering)
85) Heerlens: ee gemoald kriehge (=bekeuring krijgen)
86) wierings: een blinkvoer een stink (=een kleine opklaring voor een regenbui)
87) Klings: een ferme smeiring/dussing krijgen (=een ferme rammeling krijgen)
88) Wetters: een wetters biefstek (=een in azijn opgelegde haring)
89) Oudenbosch: eerst waarut uit en nou ist wir aon (=zij hebben opnieuw verkering)
90) Katwijks: Effe hèring hàèlen (=Even haring halen)
91) Sint-Niklaas: ei springt erop gullèk nun bok op doaverkist (= haverkist) (=hij kan niet langer wachten om te beginnen eten)
92) Venloos: Eine aanhenger hebbe (=Verkering hebben)
93) diesters: em eet e perces gekrege veur tetteraa (=hij heeft een bekeuring gekregen wegens overdreven snelheid)
94) Booms: em wet ni miër waar da zen paroche staat (=hij is in verwarring)
95) Waregems: en gij gelooëft da !! (=en jij volgt die bewering/mening !!)
96) Erps: fiejolieteren (=ergens (iets) tussen proberen wringen)
97) Erps: fiejolieteren (=ergens iets tussenwringen)
98) westvlaams: fring in de busse (=een fiets met terugtraprem)
99) Gents: g’hèt uwe hoaring versmuurd (=u hebt de haring verdronken (een metselaar die teveel water bij zijn mortel doet))
100) Weerts: gae hetj nog te völ haor op eure kop um mei-j te kalle (=iemand met geen ervaring)

Vorige 0 1 2 3 4 Volgende



Bron
De spreekwoorden en gezegden zijn voor het grootste deel afgeleid van Wikiquote: Nederlandstalige spreekwoorden, Nederlandstalige gezegden en Wikipedia: Lijst van Nederlandse spreekwoorden. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Tips en mededelingen
Tip: Dubbelklik op elk willekeurig woord om spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden met dat woord te tonen

Woordenboek

dag pragmatisch adequaat

Spreekwoorden

kat klok heilig boter

Vertalen



Encyclopedie


Recente zoekopdrachten

Tussen haakjes staat het aantal gevonden spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden
oog (81)
spreker (2)
wassen (7)
vroeger (1)
prik (3)
kei (9)
leien dakje (2)
als het g (5)
gat (28)
met onwillige honden is het slecht hazen vangen (1)
kalf (11)
stop (10)
de ton (7)
paard (59)
roev (7)
© Woorden.org MMXI | Over woorden.org | Gebruikersvoorwaarden | Woord begint met...