23 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `raad`1) aan een zijden draadje hangen (=de kansen zijn nog niet verkeken, maar het scheelt erg weinig) 2) alle dagen een draadje is een hemdsmouw in het jaar (=met geduld kan men veel bereiken - vele kleintjes maken een groot) 3) angst is een slechte raadgever. (=laat je niet leiden door angst. / Emoties zijn gevaarlijk.) 4) de draad kwijt zijn (=de loop van het verhaal niet meer kunnen volgen) 5) de draad van ariadne (=middel om klaarheid te scheppen in een ingewikkeld iets) 6) de draad van het verhaal opnemen (=het verhaal of de taak verderzetten op de plaats waar eerder gestopt was) 7) de rode draad (in een verhaal of betoog) (=het centrale thema, hetgeen waar steeds weer op wordt teruggegrepen) 8) die haring braadt niet. (=dat (meestal geniepige) plannetje schijnt niet te lukken.) 9) een raadsheer met een p (=raadsheer met p is praatsheer, men heeft er niet veel aan) 10) elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaar. (=als je iedere dag een beetje doet komt het karwei uiteindelijk klaar) 11) ergens mee voor de draad komen (=zeggen wat de precieze bedoeling is) 12) geen droge draad aan het lijf hebben (=totaal nat geregend zijn (soms ook : door en door bezweet)) 13) goede raad is duur. (=bijna te moeilijk om raad te kunnen geven) 14) goede raad is goud waard. (=met goede aanwijzingen kan je heel veel doen.) 15) het krieken van de dag/dageraad (=de vroege ochtend) 16) hij braadt er de boter uit (=hij neemt het ervan) 17) iemands levensdraad afsnijden (=doden) 18) komt tijd komt raad (=als er genoeg tijd overheen gaat, komt de oplossing vanzelf) 19) tegen de draad ingaan (=het er niet er mee eens zijn en er tegen in gaan) 20) tot op de draad versleten (=helemaal versleten) 21) van de naald tot de draad (=tot in het kleinste detail) 22) van naald tot draad (=tot in het kleinste detail) 23) voor elke naald een draad hebben (=voor elk probleem een oplossing weten) 14 betekenissen bevatten `raad`1) bij de duivel te biecht gaan (=bij de vijand om raad gaan) 2) goede raad is duur. (=bijna te moeilijk om raad te kunnen geven) 3) dat is een haspel in een fles (=dat is een raadsel) 4) iemand op het goede spoor zetten (=goede raad geven) 5) hij heeft er de hand in gehad (=hij heeft er aan meegewerkt met raad of daad) 6) hij is van alle markten thuis. (=hij weet overal raad op en heeft overal verstand van.) 7) doe wel naar mijn woorden, maar ziet niet naar mijn daden. (=ik geef raad waar je je het beste aan kan houden, maar ik doe het zelf niet) 8) een roepende in de woestijn zijn (=niemand die naar je wil luisteren (bij raad/waarschuwingen)) 9) een raadsheer met een p (=raadsheer met p is praatsheer, men heeft er niet veel aan) 10) van de bok op de ezel gaan (=snel van onderwerp wisselen zonder rode draad) 11) van de hak op de tak springen (=steeds weer van onderwerp wisselen en geen duidelijke rode draad in een verhaal hebben) 12) veel koks bederven/verzouten de brij. (=te veel verschillende raad volgen kan schadelijk zijn.) 13) wie niet horen wil, moet voelen. (=wie niet luistert naar wijze raad, of wie ongehoorzaam is, zal de gevolgen wel aan den lijve ondervinden) 14) als een kip zonder kop (=zonder beraad, onbesuisd) Het dialectenwoordenboek kent 53 spreekwoorden met `raad`1) Hoogstraats: 'n echte pinegel (=iemand die altijd tegendraads is) 2) Waregems: 't es verloorn ezeid (=niet vatbaar voor goede raad) 3) Sint-Niklaas: 't is uit de noad (=wanneer de draad waarmee iets genaaid is losgaat) 4) Klemskerks: 't Reegent d'r ip lik ip een oande: hij/zij is ongevoelig voor berisping, kritiek, vermaning of goede raad (='t Regent erop gelijk op een eend) 5) Heezers: as ge me oe ermoei geen road wit,ben de nie werd de ge ze het (=als je met je armoede geen raad weet ben je niet waard dat je ze hebt) 6) Bilzers: aste den droëd kwijt bés, moessem trég zikke (=als je de draad kwijt bent....(lett/fig.)) 7) Munsterbilzen - Minsters: aste koeëletraajn verbij wor, moeste vër ganse tüp kiëlkes gon raope wo van de traajn worre gevalle (=onze kolenvoorraad werd aangevuld door het rapen van stukjes kolen die van de trein donderden) 8) Zeeuws: da hoeg van heef z m draad (=vlug) 9) Gelaens (Geleens): Dae is raad gek. (=Die is stapelgek.) 10) Oudenbosch: daor komde nie mir vanaf (=daar blijf je mee zitten (oude voorraad)) 11) Kaprijks: de konijns zidn mee ulderen neuze an den draad (=het is koud) 12) Munsterbilzen - Minsters: de maus twei kër roje wae ich onderwaege nog ès gezien höb (=raad eens wie ik daarstraks nog ben tegengekome) 13) kortemarks: dwêis in de zak zyn (=tegendraads zijn) 14) Zwols: Dät is de kruke van de weduwe (=Dat is een onuitputtelijke voorraad) 15) Mechels (BE): een neulle vèsseme (=een draad door het oog van een naald steken) 16) Genneps: ene krangsen hond (=eem koppig, tegendraads persoon) 17) Waregems: ge ligt twis in de zak (=je bent tegendraads, een dwarsligger) 18) Opglabbeeks: geine muuw aan te passe (=geen raad weten) 19) Munsterbilzen - Minsters: goeje roeëd èende wènd slon (=goede raad is weggegooid) 20) Weerts: Hae es zoeë dûl as 'n kroekér-raad (=hartstikke gek) 21) Munsterbilzen - Minsters: hae hèt zen ziel verkoch on den dievel (=hij heeft verraad gepleegd) 22) Nuths: He wouer graad dom genog um bie de pliese te goun. (=Hij was wel erg dom.) 23) Epers: Hee was oarig krange in de huud (=Hij was behoorlijk tegen de draad in) 24) Zeeuws: heef tzem draad (=geef ze van katoen) 25) Westerkwartiers: hij slagt goeie road ien 'e wiend (=hij luistert niet naar raadgevers) 26) Hansbeeks: Hij sloat er noar mee sijn klakke (=Hij raadt er naar) 27) Westerkwartiers: hij zit met de hand'n ien 't hoar (=hij weet zich geen raad) 28) Munsterbilzen - Minsters: ich viel naoteghëds (=ik voel onraad) 29) Westerkwartiers: ik ontroad dij dat (=ik raad jou dat niet aan) 30) Kortemarks: jis oltn teegntjok (=hij is altijd tegendraads) 31) Lichtervelds: jis van dn duuvle bezeetn (=hij weet met zichzelf geen raad) 32) Munsterbilzen - Minsters: klepmaul (=iemand die een ander verraadt) 33) Westerkwartiers: komt tied komt road (=komt tijd komt raad) 34) Veurns: kontertjok zien (=tegendraads zijn) 35) Bilzers: nau bén ich van menen apropoo (=ik be de draad kwijt) 36) Sint-Niklaas: nen aan oap moete geen toten leren trekken (=ge moet een oudere, meer ervaren man geen raad geven) 37) Antwerps: nen aawen oap moette gin smoele liëre trekke (=je moet geen raad geven aan een ouder meer ervaren iemand) 38) Oudenbosch: oew aande op un leeg plek slaon (=als de voorraad onverwachts op is) 39) Munsterbilzen - Minsters: on de mier oplope (=geen raad meer waten) 40) Rotterdams: ouwe dibus (=trouwe kameraad ( wordt vaak van honden gezegd)) 41) Waregems: pakt ui poepe! (=ik sla je raad vierkant af) 42) Leuvens: pasdapôraado (=Pas dat paar oude schoenen daar) 43) Lottums: Snammel (=stukje draad) 44) Zeeuws: t hoeng van heef zm draad (=ruimte) 45) Veurns: tende ze Latien zien (=ten einde raad zijn) 46) Genneps: Tot op den naod verslete (=Tot op de draad versleten) 47) Heels: van waat hout piele make (=geen raad meer weten) 48) Dilbeeks: vèrkesrotti mè weuttele èn ètsjes (=varkensgebraad met wortelen en erwtjes) 49) Steins: wat noe gezónge? (=als men geen raad meer weet) 50) Lichtervelds: we goan etwie moetn tgat uplichtn (=we zullen iemand raad vragen) 0 1 Volgende Bron
De spreekwoorden en gezegden zijn voor het grootste deel afgeleid van Wikiquote:
Nederlandstalige spreekwoorden,
Nederlandstalige gezegden en Wikipedia:
Lijst van Nederlandse spreekwoorden.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Tips en mededelingen Tip: Weet u spreekwoorden die typisch zijn voor uw dialect? Voeg ze toe in het dialectenwoordenboek en het verschijnt automatisch in deze lijst. | WoordenboekSpreekwoordenVertalenEncyclopedie | |||||||
| © Woorden.org MMXI | Over woorden.org | Gebruikersvoorwaarden | Woord begint met... | ||||||||