Spreekwoorden

Zoek


594 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `pe`

  1. de schepen achter zich verbranden (=een besissing nemen en niet meer terug kunnen)
  2. de slaap der rechtvaardigen slapen. (=een schoon geweten hebben.)
  3. de slagpen uittrekken (=van zijn macht beroven)
  4. de slappe lach hebben/krijgen (=niet kunnen stoppen met lachen)
  5. de speelman zit op het dak (=ze zijn pas gehuwd, hebben nog geen zorgen)
  6. de spuigaten uitlopen (=niet door de beugel kunnen)
  7. de steel naar de bijl werpen (=de zaak opgeven)
  8. de stem eens roependen in de woestijn (=ergens voor waarschuwen maar niet gehoord worden)
  9. de stoppen slaan door (=gezegd van iemand die totaal uit de bol gaat, gek wordt)
  10. de stuipen op het lijf jagen (=iemand felle schrik aanjagen)
  11. de teerling is geworpen. (=niet meer terugkunnen door de genomen stap)
  12. de vermoorde onschuld spelen (=net doen alsof je van niets weet)
  13. de wereld is een schouwtoneel elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  14. de zwartepiet doorspelen naar (=de schuld doorschuiven)
  15. die appelen vaart, die appelen eet. (=datgene wat iemand zelf verkoopt eet/gebruikt die ook)
  16. die perzik smaakt naar meer (=dat is gunstig - nog van dat!)
  17. die twee lijken als twee druppels water op elkaar (=die twee lijken heel erg op elkaar.)
  18. door de mazen der wet kruipen (=de wet listig ontduiken)
  19. door de mazen van het net glippen/kruipen (=op het nippertje ontsnappen)
  20. door de zure appel (heen) bijten (=het onaangename doen of over zich heen laten gaan)
  21. door een hennepen venster (moeten) kijken (=opgehangen worden)
  22. door het hennepen venster kijken (=opgehangen worden)
  23. door het oog van de naald kruipen (=op het nippertje ontsnappen)
  24. dweilen met de kraan open (=geen kans op succes hebben, omdat men de symptomen bestrijdt zonder de oorzaak aan te pakken.)
  25. dweilen met de kraan open (=het probleem is zo erg dat de middelen te kort schieten)
  26. een achterdeurtje openhouden (=een redmiddel in nood houden)
  27. een appeltje met iemand te schillen hebben (=nog een vervelend onderwerp met iemand te bepraten hebben)
  28. een appeltje voor de dorst (=een reserve voor moeilijke tijden die mogelijk nog gaan komen)
  29. een blauwe scheen lopen (=afgewezen worden)
  30. een blauwtje lopen (=afgewezen worden (in de liefde))
  31. een bliekje werpen om een snoek te vangen (=met iets onbeduidends iets belangrijks proberen te krijgen)
  32. een boekje over iemand/iets opendoen (=de slechte dingen van iemand vertellen)
  33. een boer op klompen (=een lomperd)
  34. een druppel op een gloeiende plaat (=een zeer kleine bijdrage aan iets groters)
  35. een eitje met iemand te pellen hebben. (=hetzelfde als: een appeltje met iemand te schillen hebben.)
  36. een gat in de dag slapen. (=lang doorslapen.)
  37. een gepeperde rekening. (=een hoge rekening.)
  38. een gezicht van ouwe lappen (=een huilerig of lelijk gezicht)
  39. een harde knoest heeft een scherpe bijl nodig (=een slechte gewoonte is moeilijk te verdringen)
  40. een hardloper van luie kees (=een treuzelaar)
  41. een kat in de zak kopen (=iets kopen zonder het gezien te hebben - bedrogen worden)
  42. een knuppel in het hoenderhok gooien (=opschudding veroorzaken)
  43. een knuppel in het honderd gooien (=kritiek geven zonder namen te noemen)
  44. een koperen bruiloft. (=een 12½-jarig huwelijk.)
  45. een luchtje happen (=even buiten gaan wandelen)
  46. een luchtje scheppen (=even buiten gaan wandelen)
  47. een luis in iemands pels poten/zetten (=iemand last berokkenen)
  48. een onzevader bidden in alle kapelletjes (=in alle café's langsgaan)
  49. een oogje dichtdrukken/toeknijpen/luiken (=niet optreden tegen iets wat eigenlijk niet mag. Iets gedogen.)
  50. een open deur intrappen (=iets doen wat niet nodig is of iets wat al gezegd of gedaan is nog een keer doen)

412 betekenissen bevatten `pe`

  1. de vijl erover laten gaan (=er de scherpe kantjes van afhalen)
  2. er een streep onder zetten (=er een eind aan maken, ermee stoppen)
  3. de beer is los. (=er gebeurt opeens van alles; er ontstaat ruzie of paniek.)
  4. er het mes inzetten (=er grondig op ingrijpen, in de uitgaven besnoeien)
  5. iets met de haren erbij slepen (=er iets bijslepen dat er niets mee te maken heeft)
  6. er schuilt een addertje onder het gras. (=er is een verborgen risico in het spel.)
  7. geen twee kapiteins op één schip. (=er moet maar één persoon de leiding hebben, anders gaat het niet goed.)
  8. ergens een kleine jongen bij zijn (=er niet aan kunnen tippen)
  9. stal noch haard vinden (=er niets meer van begrijpen - de weg totaal kwijt zijn)
  10. boven de pet gaan (=er niets van begrijpen)
  11. er geen touw aan kunnen vastknopen (=er niets van begrijpen)
  12. ergens geen hout van snappen (=er niets van begrijpen)
  13. met de sok op de kop gezet. (=er onbewust door toedoen van anderen voor joker bijlopen.)
  14. ergens een punt achter zetten. (=er voorgoed mee stoppen.)
  15. ergens geen kaas van gegeten hebben (=er weinig van begrijpen, er weinig over weten)
  16. er is onkruid onder de tarwe (=er zijn minderwaardige goederen (of personen) tussen de betere)
  17. lopen als een kievit (=erg gemakkelijk en vlug lopen)
  18. er de kantjes aflopen (=erg oppervlakkig blijven)
  19. lopen alsof men een lantaarnpaal heeft ingeslikt (=erg stijf, houterig lopen)
  20. ergens prat op gaan (=erg trots over iets zijn en er over opscheppen)
  21. slapen als een marmot/otter/roos (=erg vast en heerlijk slapen)
  22. ergens een puntje aan kunnen zuigen (=ergens niet aan kunnen tippen)
  23. er geen drol van begrijpen (=ergens niets van begrijpen)
  24. het hoofd stoten (=ergens onprettig tegen aan lopen)
  25. voor iemand of iets zijn petje afnemen (=ergens respect voor hebben)
  26. een poets bakken (=erin laten lopen - voor de gek houden)
  27. de boel erbij neergooien (=ermee stoppen)
  28. het bijltje erbij neerleggen (=ermee stoppen)
  29. de boeken sluiten (=ermee stoppen - bankroet gaan)
  30. onder zeil gaan (=gaan rusten of slapen, vertrekken of weggaan)
  31. het is geen katje om zonder handschoenen aan te pakken (=geen eenvoudige opdracht, een `gevaarlijk` persoon)
  32. geen katje om zonder handschoenen aan te pakken (=geen gemakkelijk persoon)
  33. slot noch zin (=geen touw aan vast te knopen)
  34. een kruiwagen hebben (=geholpen worden)
  35. uit de brand zijn (=geholpen zijn, problemen opgelost)
  36. het vel over de oren halen/trekken (=geld afpersen)
  37. geluk is de kunst een boeket te maken van de bloemen waar je bij kunt (=gelukkig leven met de gegeven mogelijkheden/beperkingen)
  38. de vloer aanvegen met (=gemakkelijk kloppen)
  39. hete bliksem (=gestoofde aardappels met appel)
  40. hoog spel spelen (=gevaarlijk spel spelen, veel inzetten)
  41. beer op sokken (=gezegd van een dik, plomp persoon)
  42. Hollands welvaren (=gezegd van een zeer gezond uitziend persoon)
  43. in de kleinste potjes zit de beste pommade/zalf (=gezegd van uitzonderlijk kleine personen)
  44. de vogel over het net laten vliegen (=goede kansen niet aangrijpen)
  45. de sokken erin zetten (=hard weglopen)
  46. zo zat als een deur (=helemaal bezopen zijn.)
  47. kruit noch lood hebben (=helemaal ongewapend zijn)
  48. averechts uitpakken. (=helemaal verkeerd aflopen. Tegengesteld uitpakken.)
  49. de hand lenen tot (=helpen)
  50. weer in het zadel helpen/zetten (=helpen om weer voort te kunnen gaan)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.