Zoek spreekwoorden met het woord:


0 1 2 3 4 5 Volgende



20 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `mis`


1) aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet. (Naar Hieronymus van Alphen) (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden.)
2) achterom is kermis (=gezegd bij biljart als 'n bal rakelings achter een andere door loopt)
3) de bal misslaan (=zich vergissen)
4) de boot missen (=te laat zijn.)
5) de mis aan de muur plakken (=niet naar de mis gaan (verzuimen))
6) de plank misslaan. (=niet het goede inzicht hebben; ernaast zitten.)
7) geen twee missen voor een geld doen (=niet tweemaal hetzelfde zeggen of doen)
8) geen twee missen voor hetzelfde geld doen (=niet tweemaal hetzelfde zeggen of doen)
9) gissen doet missen. (=als je niet zeker bent van je zaak maar gokt, gaat het meestal fout)
10) het is kermis in de hel (=het regent terwijl de zon schijnt)
11) hij is in Rome geweest, maar heeft de Paus gemist (=hij heeft het belangrijkste laten schieten)
12) in extremis (=op het nippertje)
13) kunnen missen als kiespijn (=veel liever niet hebben)
14) lieg ik, dan lieg ik in commissie. (=als ik niet de waarheid vertel komt dat omdat ik niet beter weet of vertel wat anderen vertellen)
15) met Sint Juttemis als de kalveren op het ijs dansen (=nooit (Sint Juttemis valt op 17 augustus, en dan ligt er geen ijs))
16) meten is weten, gissen is missen. (=je kunt beter afmetingen meten dan schatten.)
17) niet geschoten is altijd mis. (=als je het niet probeert, komt er ook niks van)
18) Parijs is wel een mis waard. (=om een voordeel te behalen bij tegenstanders aansluiten)
19) van een koude kermis thuiskomen (=teleurgesteld thuiskomen)
20) zo rot als een mispel (=totaal rot (bedorven))

82 betekenissen bevatten `mis`


1) in zijn eigen sop gaar laten koken (=aan zijn lot overlaten (iemand die iets misdaan heeft))
2) in zijn eigen vet gaar koken (=aan zijn lot overlaten (iemand die iets misdaan heeft))
3) we gaan geen ijsje eten. (=alles mislukt.)
4) eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand. (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
5) een ongeluk komt zelden/nooit alleen. (=als er iets misgaat, gaat er vaak nog meer mis.)
6) aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet. (Naar Hieronymus van Alphen) (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden.)
7) de kruik gaat zo lang te water tot ze barst/breekt. (=als men steeds risico's blijft nemen, gaat het een keer mis.)
8) op heterdaad betrappen (=betrappen tijdens de misdaad)
9) een gat in de lucht slaan (=compleet misslaan)
10) water bij de wijn doen. (=compromissen zien te sluiten.)
11) daar heb je het gedonder in de glazen (=daar begint de miserie)
12) de aanval bloedt dood (=de aanval komt geleidelijk uit op een mislukking.)
13) in het honderd sturen/lopen (=de boel met opzet mis laten lopen, in de war laten lopen)
14) roet in het eten gooien (=de pret bederven of een plan laten mislukken)
15) niet brandschoon zijn (=dingen misdaan hebben)
16) om zeep brengen/helpen/zijn. (=doden/mislukken)
17) met vallen en opstaan (leren) (=door mislukkingen leren)
18) een doos van Pandora zijn (=een bron van problemen, ellende, ziekte en misère zijn)
19) tussen beurs en geweten geplaatst zijn (=een financieel goede - maar misdadige - zaak kunnen doen)
20) een scheve schaats rijden. (=een misstap begaan. Een morele regel overtreden.)
21) een wig drijven tussen (=een splitsing of misverstand bewerken)
22) een wigge drijven tussen (=een splitsing of misverstand bewerken)
23) een lulletje rozewater. (=een weinig dynamisch persoon.)
24) recht in zijn schoenen lopen/staan (=eerlijk zijn, niets misdaan hebben)
25) een doorgestoken kaart. (=er is heel duidelijk iets mis! Hier is getracht om iemand te laten geloven dat er bij toeval iets gebeurt, terwijl het in feite van tevoren gearrangeerd is.)
26) er is klei aan de kloet/knikker (=er is iets mis)
27) het zinkende schip verlaten (=ervandoor gaan als de zaak misgaat)
28) in het water vallen (=falen (een opzet, een voornemen, een plan), mislukken, niet doorgaan.)
29) zachtjes aan, dan breekt het lijntje niet. (=handel voorzichtig, dan mislukt het niet.)
30) het loopt in't honderd (=het gaat helemaal mis)
31) de vis begint te stinken bij de kop. (=het loopt het eerst mis bij de leiding.)
32) schipbreuk lijden. (=het niet tot zijn doel geraken / mislukken.)
33) met het hoofd tegen de muur lopen (=het onmogelijke trachten te bereiken / mislopen)
34) corpus delicti (=het voorwerp van de misdaad)
35) het gaat aan zijn neus voorbij. (=hij loopt iets mis.)
36) tussen hoop en vrees dobberen (=hopen dat het goed gaat, maar tegelijkertijd vrezen dat het mis gaat)
37) tussen hoop en vrees zweven (=hopen dat het goed gaat, maar tegelijkertijd vrezen dat het mis gaat)
38) iemand iets in de schoenen schuiven. (=iemand aanwijzen als de schuldige of als de verantwoordelijke voor een mislukking.)
39) iemand in de luren leggen (=iemand bedriegen of misbruiken)
40) iemand in zijn eigen vet gaar laten smoren (=iemand die iets misdaan heeft aan zijn lot overlaten)
41) iemand de ogen verblinden (=iemand door uiterlijke schijn misleiden)
42) iemand onder handen nemen (=iemand flink aanpakken / mishandelen)
43) iemand in de wielen rijden (=iemand tegenwerken om te zorgen dat het mis gaat)
44) de ontbrekende schakel (=iets dat nog mist om iets compleet te maken)
45) ergens de boot mee ingaan. (=iets hebben ondernomen, dat tot een totale mislukking heeft geleid.)
46) een ondergeschoven kindje zijn (=iets of iemand is miskend. Zie bedstede voor de letterlijke betekenis.)
47) een vlag op een modderschuit (=iets wat totaal misstaat)
48) de wind van voren krijgen (=kritiek krijgen, direct gezegd worden wat er mis is)
49) de violen stemmen (=met elkaar onderhandelen, naar compromissen zoeken)
50) een goed geloof en een kurken ziel dan drijft men de zee over (=met vertrouwen en optimisme kan men alles aan)

Het dialectenwoordenboek kent 286 spreekwoorden met `mis`


1) vilvoords: 'gkon commisse doon (=Ik ga boodschappen doen)
2) Sint-Niklaas: 'k ben oardug (=ik ben wat misselijk)
3) Sint-Niklaas: 'k è me oan èm mispakt (=te leur gesteld zijn in iemand)
4) Waregems: 't es 'n flutse, 't es nur de voantjes, 't es goan vliegn (='t is mislukt)
5) Waregems: 't es 'n misse (=dat is fout gehandeld)
6) Hulsters (NL): 't Es duvelkeskermis (=Als de zon schijnt en het regent)
7) Hulsters (NL): 't Es kèiremis in d'elle (=Als de zon schijnt en het regent)
8) Bilzers: 't ès kérmis èn de hél (=als het regent en de zon schijnt)
9) Antwerps: 't is duuveltjeskaarmis, tis kaarmis in d'hel (=zon die schijnt bij regen)
10) Dendermonds: 't is keiremis in d'elle (=regenen bij zonneschijn)
11) Westerkwartiers: 't is net of de duvel d'r met speult (=het ene na het andere gaat mis)
12) Sint-Niklaas: 't is nor de kloûten (=het is mislukt)
13) Lokers: 't Is van de kluuëten tegen 't bart (=Het gaat mis)
14) beerses: 't Is van keske schiet (vroeger schoot men met een luchtkarabijn kaarsjes uit op de kermis en kon men een prijsje winnen) (=Iets van weinig waarde)
15) Sint-Niklaas: 't ka nie missen dant hier.... (=daarom, dat is de reden dat het hier....)
16) Westerkwartiers: 't ken altied misgoan (=het kan altijd fout aflopen)
17) Waregems: 't mis ip hen (=het verkeerd voor hebben)
18) Lokers: 't moest strond regenen (=Wanneer men wenst dat een evenement (vb. sportwedstrijd) afgelast wordt of mislukt)
19) Veurns: 't zien meeër mèènsjch'n die miss'n of enn'n die piss'n (=iedereen vergist zich wel eens)
20) Lokers: 't zijn klodden (=Er is iets mis mee)
21) Antwerps: 'tis noar de kloete (=het is mislukt)
22) Antwerps: 'tis noar de voantjes (=het is mislukt)
23) Genneps: á.chterum ist kèrrmis (=je komt maar achterom)
24) Twents: A'j t earste knoopsgat mist, krie'j t buis nich too (=Als je in het begin een fout maakt, komt het niet meer goed)
25) Rijssens: a't aj brek zu'j s zeen wo steenkn (=als die opzet mislukt komt er wat los)
26) Steenbergs: Achterom is't kerremis! (=Kom maar langs de achterdeur (de voordeur is voor u te goed))
27) Eindhovens: agther is ut kermis (=je moet achter om binnen gaan)
28) Liessents: As ge nie goewd nor de mister loistert, dan kriede un draoi um oew orre (=Als je niet goed naar de meester luistert krijg je een draai om je oren)
29) Maasbrees: as het no 5 oor drug blift hebben de ouj wiever kirmis (=als het na 5uur ophoud met regen blijft het voor die dag droog)
30) Munsterbilzen - Minsters: as ich tich wor, kroeëmde ich mèr ès stillekes op (=wil je misschien opkrassen)
31) Giethoorns: As ik liege dan lieg ik in commissie (=Van meerderen horen zeggen)
32) Giethoorns: As ik liege, dan lieg ik in commissie (=Van anderen horen zeggen)
33) Bilzers: as Poeëse en Pinkstere gelijk valle (=ooit eens, misschien)
34) Westerkwartiers: as't reegn't ien september, dan vaalt kerstfeest ien december (=als het regent in september, dan valt kerstmis in december)
35) Munsterbilzen - Minsters: asset lank hübs, lètset lank hange (=hij kan wel wat missen !)
36) Munsterbilzen - Minsters: baeter misgesjoëte dan nie gesjoëte (=beter een gat in je schoen dan een schoen in je gat)
37) Kerkraads: bauwer wie nit (=misschien ( meer bijna als niet ))
38) Helenaveens: Bende gij al bij de akkeliete? (=Ben jij al lang misdienaar?)
39) Munsterbilzen - Minsters: besjins bringste de sjokkepoej baeter hert on de twei hantëfe (=misschien breng je het hobbelpaard best met de handvaten hierheen)
40) Izegems: beskéten kommissie (=slecht uitgevoerde opdracht)
41) zeelands: bij ons op de misse (=bij de boer op het erf)
42) Oudenbosch: bijut kruske weglope (=te vroeg uit de mis weggaan)
43) Marine jargon (veelal Maleis): boka palu (houtenbek) (=iets misslopen)
44) Opglabbeeks: cemmissies doon (=boodschappen doen)
45) Hansbeeks: Da des 'n misse (=Dat is fout)
46) Sint-Niklaas: da eten is me misvallen (=ik ben misselijk van het eten)
47) Sint-Niklaas: da kan bè nun boer oak veurvallen (=iedereen kan missen)
48) Munsterbilzen - Minsters: da kan ich misse waaj tandpaajn (=dat ook nog !)
49) Oudenbosch: da kannik misse as kouwe pap (=iets helemaal niet fijn vinden)
50) Oudenbosch: da meske issun baomiskatje (=dat meisje is tenger uitgevallen)

0 1 2 3 4 5 Volgende



Bron
De spreekwoorden en gezegden zijn voor het grootste deel afgeleid van Wikiquote: Nederlandstalige spreekwoorden, Nederlandstalige gezegden en Wikipedia: Lijst van Nederlandse spreekwoorden. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Tips en mededelingen
Tip: Dubbelklik op elk willekeurig woord om spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden met dat woord te tonen

Woordenboek

dag pragmatisch adequaat

Spreekwoorden

kat klok heilig boter

Vertalen



Encyclopedie


Recente zoekopdrachten

Tussen haakjes staat het aantal gevonden spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden
mis (20)
de broek aan hebben (1)
blauw (10)
knopen (9)
tenen (7)
rauwe bone (1)
een bok schieten (1)
net (20)
blijv (27)
in het midden laten (2)
blauwtje (1)
iets over (6)
bla (35)
bivak (1)
blauwe (5)
© Woorden.org MMXI | Over woorden.org | Gebruikersvoorwaarden | Woord begint met...