Spreekwoorden

Zoek



10 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `kwijt`

  1. borgen is geen kwijtschelden (=uitstel is geen afstel)
  2. dat raak je aan de straatstenen niet kwijt. (=dat is niet te verkopen)
  3. de draad kwijt zijn (=de loop van het verhaal niet meer kunnen volgen)
  4. de kluts kwijt zijn (=in de war zijn)
  5. de tramontane kwijt zijn (=het spoor bijster zijn)
  6. de weg kwijt zijn. (=zich onhandig opstellen, onverstandige keuzes maken.)
  7. het hoofd kwijt (=niet meer weten wat te doen)
  8. het stuur kwijt zijn (=de controle verloren hebben)
  9. lopen als een kip die haar ei niet kwijt kan (=onrustig heen en weer lopen)
  10. zijn ei kwijt kunnen. (=de gelegenheid hebben zich te uiten; of, zijn creativiteit kunnen gebruiken)

8 betekenissen bevatten `kwijt`

  1. zijn hebben en houwen verliezen (=alles wat iemand bezit kwijtraken)
  2. als 't schip zinkt dan zinkt ook de lading. (=als een zaak bankroet gaat, dan is men meestal ook alles kwijt.)
  3. wie hoog klimt kan laag vallen. (=belangrijke zaken snel kwijt raken door kleine dingen)
  4. een streep door de rekening halen (=de schuld van iemand kwijtschelden en het er niet meer over hebben)
  5. genade voor recht laten gelden (=de straf kwijtschelden)
  6. stal noch haard vinden (=er niets meer van begrijpen - de weg totaal kwijt zijn)
  7. van zijn veren laten (=van zijn eer kwijtraken)
  8. zo gewonnen, zo geronnen. (=wat je makkelijk hebt gewonnen, kun je ook makkelijk weer kwijt raken.)

Het dialectenwoordenboek kent 67 spreekwoorden met `kwijt`

  1. Sallands: dat bin 'k kwiet ewöddn (=dat ben ik kwijtgeraakt)
  2. Drents: wat heun ofgaon (=op een pijnlijke manier iets kwijtraken)
  3. Oudenbosch: Die zijn ut bos in (=Die zijn we kwijt)
  4. Waanroods: in de kaffebuz gevalle (=iemand kwijt zijt)
  5. Lichtervelds: jis zn andn of, jis oentriefd (=hij is iets kwijt)
  6. Munsterbilzen - Minsters: van zen mölk zin (=de kluts kwijt zijn)
  7. Twents: Hee is zie’n hoesbreef verget’n (=hij is de weg kwijt)
  8. Leopoldsburgs: hiel hed deroan (=het noorden kwijt)
  9. Lovendegems: peetse scheirtant (=iemand met een tand kwijt)
  10. Vechtdals: kwiet wörn (=kwijt raken)
  11. Bilzers: aste den droëd kwijt bés, moessem trég zikke (=als je de draad kwijt bent....(lett/fig.))
  12. Rotterdams: van juh padjuh af (=Dronken zijn, de weg kwijt zijn)
  13. Bilzers: nau bén ich van menen apropoo (=ik be de draad kwijt)
  14. Langemarks: Van toet'n noch van bloaz'n weet'n (=Het noorden kwijt zijn)
  15. Drents: ik wil oe nie kwiet (=ik wil je niet kwijt)
  16. Bilzers: van zen mëlk (de koeëk) zin (=de kluts kwijt zijn)
  17. Assers: Hae is van de kar aaf. (=Hij is verbouwereerd, de kluts kwijt)
  18. Waregems: ie weet nie woarin of woaroit (=hij is het noorden kwijt)
  19. Tilburgs: assie nie rokt, ròktie van de wèès (=wanneer hij niet rookt, raakt hij de kluts kwijt)
  20. Bilzers: hae wiët nimei van wülke peroche datter és (=hij is totaal het noorden kwijt)
  21. Bilzers: van de waajs (=de kluts kwijt)
  22. Lovendegems: de kluts kwijt zijn (=niet weten wat aanvangen*)
  23. Steins: Ich bèn gans oetereine (=ik ben de kluts kwijt)
  24. Munsterbilzen - Minsters: de brings mich van menen aprepoo (=ik geraak de kluts kwijt)
  25. Munsterbilzen - Minsters: immei wiëte wot nen daog et és (=het noorden kwijt zijn)
  26. tilburgs: krèèg ik oewe nissel, want men piske van men zwipke is kwèèt (=krijg ik jouw schoenveter want het peesje van mijn zweepje is kwijt)
  27. Bilzers: e bitsje opzaaj, medammeke, of ich raaj oere soetjae aut (=maak wat meer plaats, mevrouw, anders ben je wat onderdelen kwijt)
  28. Landens: Wa dje ni hat zet dje ni kwijt. (=Met weinig tevreden zijn.)
  29. Munsterbilzen - Minsters: ze wor autter laud geslaoge (=ze was de kluts kwijt)
  30. Tilburgs: hij wies nie wor z'n gewèr waar (=hij was zijn geweer kwijt)
  31. Antwerps: Ajis van zan mellek. Z'is van eur mellek. (=Hij is de kluts kwijt. Zij is de kluts kwijt.)
  32. Westerkwartiers: zij is 't spoor biester (=zij is de weg kwijt)
  33. Westerkwartiers: zij was uut 't lood sloag'n (=zij was de kluts kwijt)
  34. tervurens: aa kloesj kwaat zaan (=uw kluts kwijt zijn)
  35. Munsterbilzen - Minsters: aut zen bedoening zin (=de kluts kwijt zijn)
  36. Rotterdams: Hebbie een halleve snipperdag gehad (=Als je iemand even kwijt bent, en weer ziet.)
  37. Heezers: Die ge muug bent bende nog nie kwijt (=Ala iemand te veel is,is hij nog niet weg)
  38. Munsterbilzen - Minsters: hae worret noorde kwijt (=de piloot week van zijn koers af)
  39. Munsterbilzen - Minsters: daaj kanner ee nie kwijt (=ze kan niet doen wat ze wil)
  40. Berchems: zije ui ure kwijt? (=je bent te laat)
  41. Steins: ich bèn ram oeterreine (=ik ben helemaal de kluts kwijt)
  42. Waregems: ie e(s) van de planke, ie 'n weet niemre woar da 't skeeêt (=hij is het noorden kwijt)
  43. Munsterbilzen - Minsters: daaj zit nog lang op me kot ! (=ik geraak haar niet kwijt)
  44. Munsterbilzen - Minsters: hae sloeg tilt (=de kassier was de tel kwijt)
  45. Bilzers: nimei wiëte daste van Bulze bés (=het noorden kwijt zijn)
  46. Bilzers: ich voel aateriëver op mene bauk (=ik was totaal mijn kluts kwijt)
  47. Munsterbilzen - Minsters: zene kluts kwijt zin (=van zijn melk zijn)
  48. Hams: hij es zijne kluts kwijt (=hij lette niet op)
  49. Munsterbilzen - Minsters: hae ès de kluts kwijtgerok (=de slager weet niet meer welk vlees hij in de kuip heeft)
  50. Munsterbilzen - Minsters: dat hèt mich gepak, ich bèn der onnersteboëve van (=dat heeft me aangegrepen, ik ben er de kluts van kwijt)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.