Zoek spreekwoorden met het woord:


0 1 Volgende



16 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `klok`


1) aan de grote klok hangen (=algemeen bekend maken)
2) aan de klok(reep) hangen (=algemeen bekend maken)
3) aan het klokzeel hangen (=bekend maken)
4) dat gaat erin als klokspijs (=dat gaat er gemakkelijk in)
5) de grote klok luiden (=op opvallende wijze bekend maken)
6) de klok achteruit zetten (=terug naar oude toestanden gaan)
7) de klok hebben horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt (=ergens over gehoord hebben, zonder er echt iets van af te weten)
8) de klok luiden maar niet schaften (=wel beloven maar niet doen)
9) een man van de klok zijn (=iemand die steeds precies op tijd is)
10) een stem als een klok (=een luide, duidelijk stem)
11) er ingaan als klokspijs (=er gemakkelijk ingaan (voedsel of wat gezegd wordt))
12) hij heeft de klok horen luiden maar weet niet waar de klepel hangt (=hij weet er wel iets over, maar kent de juiste toedracht niet)
13) iets aan de grote klok hangen (=iets algemeen kenbaar maken)
14) iets aan de klokreep hangen (=iets algemeen bekend maken)
15) weten wat de klok slaat (=weten hoe laat het is)
16) zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens. (=het is nergens zo goed als thuis.)

Het dialectenwoordenboek kent 53 spreekwoorden met `klok`


1) helmonds: als ut klokske van rome sloaj he.. (=stop eens met raar kijken)
2) Bilzers: aon de graute klok hange (=verklappen)
3) Bilzers: At de klok van Raume slig, blifste zau! (=Trek geen grimassen!)
4) Bilzers: autbemmele (=aan de grote klok hangen)
5) Avelgems: d' Endeklokke luit (=Er is iemand gestorven (te horen aan de klok op de kerk))
6) Avelgems: d' Endeklokke luit (=Er is iemand gstorven (te horen aan de klok op de kerk))
7) Dilbeeks: d'arlosje op 't schaa (=staanklok op de schoorsteen)
8) Langemarks: D'endeklokke luwt (=De doodsklok luidt:)
9) kortrijks: d'endeklokkn luwn (=De doodsklokken luiden.)
10) Bilzers: dae heirt de klokke van Rome loje (=hij heeft een klop van de hamer gekregen)
11) Westerkwartiers: dat klinkt as 'n klok (=dat klinkt duidelijk)
12) Mestreechs: de kat de bel aon binde (=iets aan de grote klok hangen)
13) Ninoofs: de kerk ooëtj veer dat de klokke loeën (=coïtus interruptus)
14) Evergems: de klokk'n luien (=iets vertellen wat niet mag)
15) Giesbaargs: de klokke komt (=de paashaas komt)
16) Sint-Niklaas: de klokken luin (=de klokken luiden)
17) Waregems: de kloogg'n loin (=de klokken luiden)
18) Bilzers: de konste klok nie trégdraeje (=alles gaat maar door !)
19) Heerlens: de milk huëre kloetsje, mèh nit weete woe 't deame hink (=de klok horen luiden, maar niet weten waar de klepel hangt)
20) Munsterbilzen - Minsters: de naudklok loje (=een probleem aankaarten)
21) Westerkwartiers: de noodklok luud'n (=aandacht vragen voor een probleem)
22) Waregems: de poaskloogg'n zijn weere (=de paasklokken zijn terug (van Rome))
23) Zaans: Effies kloke (=Zijn oor te luisteren leggen)
24) Heels: èt trumptj (=kleine klok wordt geluid om aan te geven dat de mis over .... minuten gaat beginnen.)
25) Sint-Niklaas: ge wit zaalf mor den aalft van 't schoon weer nie meer; gètte klok ore luin mor ge witte klepel nie angen (=gij weet het precies zelf niet goed meer)
26) Lichtervelds: ge zoe jn endeklokke dran oaln (=je zou het besterven)
27) Munsterbilzen - Minsters: get on de graute klok hange (=de kat de bel aanbinden)
28) Munsterbilzen - Minsters: hae loeg toë oëpen en blaut mèt ze klokkespieël (=hij zat daar in zijn blote flikker)
29) Hoogstraats: het luijt (=de klokken luiden)
30) achterhoeks: Hi-j het de melk heuren klotsen, moar wet neet woar 't titje hunk. (=Hij heeft de klok horen luiden, maar weet niet niet waar de klepel hangt.)
31) Westerkwartiers: hij het 'n klokje luud'n heurd moar wiet niet woar de klebel hangt (=hij weet niet alles daaromtrent)
32) Roermonds: ich gaef dich dalik ein voes, dan höbse ein oug zo groot wie ein sjtasieklok. Dalik kinse tendjes rape (=Ik sla je straks een blauw oog)
33) Munsterbilzen - Minsters: ich hüb ter get van geheird, mèr ich wiët nie zjus bau et iëver geet (=de klok horen slaan maar niet weten waar de klepel hangt)
34) Zeeuws: ie ei een kloksie oe-aarn luun me weet nie wir a de klepel angt (=hij weet het niet goed)
35) Gents: iemand nen trôk in zij cabine gêven (=iemand in zijn klokkenspel slaan)
36) Oudenbosch: ijis mee doute klok vertrokke (=hij is met de noorderzon verdwenen)
37) Rotterdams: Kijkuh als een gele peen of kijke als een aap op een roestig klokkie (=wazig kijken)
38) Oudenbosch: komme ze goed / pakte gij oew prijze?oeneer issut inkurve/inmaande? oelaot issut klokke zette; zijn zal afgesloge? en wanneer worre ze gelicht (p.v.de Postduif bij Willem Vermeulen en Gerrit Goos)? 1948-1964 Fenkelstraat-Varkensmarkt-Polderstraat-Stoofstraat resp.Joh.Hoppenbrouwers,Joh.van Loon,Theo Ambagts,Cees Jongenelen-Janus Meesters-Piet Daas,Rinus Meesters-Koos Keij. Zijndur deur(gekomme) ? ; Speulde gij vites of fond;nest of op weduwschap?;issur dadeentje van de vlucht?daor steektur eentje;ze valle bedicht;nou komme ze gestee-rt af;en daor gao dun eul klad;wiejeet dun eurste gespeult?witte gij wie dun oed op aar?; tis un zwaore vlucht gewiest;zebbe draot gat;op de fond edde weinig waaivluchte;aardur veul mee?;eddok gepoeld?; aardur ok int konkoers staon of aarde ze alleen vor de vereniging mee?;aarderok vol staon ?;;Fenske witte gij dun uitslag vant konkoers? is dun lijst er al? oe laot zijn de prijze naf?. (=duivensport)
39) Munsterbilzen - Minsters: loj geen klok aste de klëppel nie wiës hange (=als je aan iets begint, moet je het ook afwerken)
40) Munsterbilzen - Minsters: loj geen klok aste de klüppel nie wiës hange (=geef geen antwoord als je de vraag niet begrijpt)
41) Munsterbilzen - Minsters: men haus és menen taus (=zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens)
42) kortemarks: olle vuuf voetn (=met de regelmaat van een klok)
43) Munsterbilzen - Minsters: on de graute klok hange (=uitbazuinen)
44) Munsterbilzen - Minsters: on de graute klok hange (=in de openbaarheid brengen)
45) Munsterbilzen - Minsters: on de graute klok hange (=openbaar maken)
46) Waterlands: Saas ut klokju thuis slaat, slaat ut neeveree. (=Oost west, thuis best.)
47) Zeeuws: tkloenk as un klokke (=mooi)
48) Bilzers: tlüp waajen klok (=alles verloopt gesmeerd)
49) Heldens: Ut vogoltju zingt thuis eegluk mooi, daar es ut thuis. (=Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens.)
50) Waterlands: Ut vogoltju zingt thuis eegluk mooi, daar es ut thuis. (=Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens.)

0 1 Volgende



Bron
De spreekwoorden en gezegden zijn voor het grootste deel afgeleid van Wikiquote: Nederlandstalige spreekwoorden, Nederlandstalige gezegden en Wikipedia: Lijst van Nederlandse spreekwoorden. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Tips en mededelingen
Tip: Er wordt ook gezocht in de dialectenwoordenboeken van mijnwoordenboek. Hier staan inmiddels 12000 spreekwoorden en gezegden in.

Woordenboek

dag pragmatisch adequaat

Spreekwoorden

kat klok heilig boter

Vertalen



Encyclopedie


Recente zoekopdrachten

Tussen haakjes staat het aantal gevonden spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden
klok (16)
woorden h (1)
slepe (5)
tot in de puntjes (1)
brandŞ (1)
Anos (1)
vergelij (1)
schuiven. (1)
vinger (33)
beklimmen (1)
spek e (2)
oordelen (1)
kop (65)
ere wie (1)
recht in zijn sc (1)
© Woorden.org MMXI | Over woorden.org | Gebruikersvoorwaarden | Woord begint met...