Spreekwoorden

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `haven`

  1. in behouden haven zijn (=veilig ergens zijn (bv na een reis))
  2. in het zicht van de haven schipbreuk lijden (=op het laatste nippertje nog verliezen)

3 betekenissen bevatten `haven`

  1. het ruime sop kiezen (=de haven uitvaren)
  2. het juiste midden vinden (=een goed evenwicht vinden tussen twee tegengestelde aanpakken. Bijvoorbeeld, als het er om gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven.)
  3. aan zijn eindje vasthouden (=zijn standpunt handhaven)

Het dialectenwoordenboek kent 5 spreekwoorden met `haven`

  1. IJmuidens: een kantje pikken (=langs de haven wandelen)
  2. Rotterdams: haventaal) tank leegkijken -een (olie)inspecteur/controleur die een tank controleerd op het leeg zijn (=haventaal-tank leeg kijken-een (olie)inspecteur die een scheepstan controleerd op het leeg zijn)
  3. IJmuidens: ff kantje pikken (=langs de haven lopen/wandelen)
  4. Buggenhouts: zeine bek in zein ploimen haven (=weten waneer men 'terecht 'moet zwijgen)
  5. Harlingers: hij snapt alles zeuven boten inne week en nog gien vreten op tafel (=veel werk in de haven (7 dagen)en nog niets te eten)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.