8 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `haan`1) daar kraait geen haan naar (=dat komt niemand te weten) 2) de gebraden haan uithangen (=op onverantwoordelijke wijze erg veel geld uitgeven aan met name lekker eten en drinken) 3) de rode haan laten kraaien (=iets in brand steken) 4) er zal geen haan naar kraaien (=dat zal niemand te weten komen) 5) geen haan zal er naar kraaien (=niemand zal het weten) 6) haantje de voorste (=voortrekker - wie altijd op het voorplan wil staan) 7) zijn haan moet altijd koning kraaien (=hij wil altijd de baas zijn) 8) zo rood worden als een kalkoense haan (=bloedrood worden (van schaamte)) Het dialectenwoordenboek kent 90 spreekwoorden met `haan`1) Westfries: 'n goeie haan die is niet vet (=gezegd over een magere man) 2) Westerkwartiers: 't nijs komt uut d'eerste haand (=het nieuws komt direkt uit de bron) 3) Giethoorns: As d'iene haand de aandre waast, worden ze beide skone (=De een helpt de ander zonder er geld voor te vragen) 4) Heusdens: as de verkes inne zomer stroei in hun bakkes haan daan gint onwere (=als de varkens in de zomer stro in hun muil hadden ging het onweren) 5) Heusdens: as den hond en de verkes groes vrate , daan haan ze wurm (=als de hond en de varkens gras aten dan hadden zij wormen) 6) Bilzers: aste mét zen haan én zen hoër zits, béste zau bij zen hiësene (=twijfel is de deur naar de wijsheid) 7) Munsterbilzen - Minsters: aste spech laach, wiëd rènger verwaach (=kraait de haan bij avond of nacht, dan wordt er ander weer verwacht) 8) Munsterbilzen - Minsters: aste van zen liëges zos boste, loepste allang mèt zen derm èn zen haan (=je doet niets dan liegen) 9) Munsterbilzen - Minsters: baeter kaa haan dan e kaat hat (=krijgen vult de handen, geven het hart) 10) Venloos: D'n haan verzoépe (=Het erg laat maken met uitgaan) 11) Westerkwartiers: d'overhaand hemm'n (=in de meerderheid zijn) 12) Weerts: Dao kumptj 'ne vreemdje haan oppe-n hoof (=Als iemand verkering krijgt) 13) oldebroeks: daor is een vreemde haane op de mèspluize ewest (=die heeft overspel geleegd) 14) Oudenbosch: das ne goeie om in dun kerseboom thaange (=hij ziet er uit als een vogelverschrikker) 15) Westerkwartiers: dat lijt veur de haand (=dat is vanzelfsprekend) 16) Munsterbilzen - Minsters: de bloën ès verlèd , de hojs zen haan moete auttet nès haage (=de merel heeft het broeden opgegeven omdat je met de eieren hebt aangeraakt) 17) Westerkwartiers: de haand an 'e ploeg sloag'n (=in aktie komen) 18) Westerkwartiers: de haand boov'm de kop holl'n (=in bescherming nemen) 19) Westerkwartiers: de haand d'r met licht'n (=de afspraken niet nakomen) 20) Sallands: De haane op de knippe haolden. (=Op de centen letten.) 21) Sallands: De haann op de knippe holln. (=De handen op de portemonnee houden.) 22) Westerkwartiers: de rechterhaand maag niet wiet'n wat de linker dut (=als je geeft, doe het dan onopvallend) 23) Lopiks: de rooie haan derin (=een brandje stichten) 24) Westerkwartiers: doar het 'er 'n haandje van (=dat is zijn gewoonte) 25) Bilzers: doë blif viël on de haan plekke (=niet alle schenkingen komen op de juiste plaats) 26) Liwwadders: dou kest mie de haan naaie! (=je kunt me de pot op!) 27) Nunspeets: Een haand in 't rad slaon (=Een handje helpen) 28) Zunderts: een vrouwehaand en ne peerdetaand ston nooit stil (=altijd doorwerken) 29) Westerkwartiers: één wat aan de haand doen (=iemand een goede tip geven) 30) Munsterbilzen - Minsters: èn zen haan spaaje (=eraan beginnen) 31) Munsterbilzen - Minsters: èn zen haan vrijve (=blij zijn) 32) Eys: enge èk aaf haan (=getikt zijn (gek zijn)) 33) Mestreechs: este ut laank höbs,lieste ut laank haange (=wanneer je goed bij kas zit) 34) Munsterbilzen - Minsters: haaj bèn ich on haan en viet gebonne (=ik ben machteloos in deze situatie) 35) Munsterbilzen - Minsters: haan waaj koëlesjoeppe (=grote handen) 36) Heezers: haand in Pilatus pötje wasse (=zich onttrekken aan de verantwoordelijkheid) 37) Munsterbilzen - Minsters: haat tich bij want dae hèt viël grond on zen haan hange (=trouw maar gauw want hij heeft veel eigendom) 38) Munsterbilzen - Minsters: hae kos zen haan wol ès verbranne (=de mijnwerker haalde de hete kolen uit het vuur) 39) Gronings: Hai luip op hozevöddels over beune mit 't schienvat in haand om siepels te hoalen. (=vdsgsfh) 40) Koersels: Halven haan be appelspijs (=Halve kip met appelmoes) 41) Westerkwartiers: hij het nog wat achter de haand (=hij heeft nog (geld) reserve) 42) Westerkwartiers: hij hold de haand op 'e knip (=hij is erg zuinig) 43) Westerkwartiers: hij is zwoar op 'e haand (=hij ziet overal problemen) 44) Westerkwartiers: hij stak zien haand ien 'n wespenust (=hij ging zich met een vies zaakje bemoeien) 45) Westerkwartiers: hij streek zien haand over 't haart (=hij zag het door de vingers) 46) Westerkwartiers: hij vragt om heur haand (=hij vraagt om haar hand) 47) Peerders: Hoe hie haan z'op (=Welke hoeden droegen ze) 48) Bilzers: ich ben on haan en viet gebonne (=ik mag niets zeggen of doen) 49) Bilzers: ich wor on haan en viet geklausterd (=ik kon niet anders, ik was machteloos) 50) Westerkwartiers: ik heb 't ien 'e haand (=ik heb het onder controle) 0 1 Volgende Bron
De spreekwoorden en gezegden zijn voor het grootste deel afgeleid van Wikiquote:
Nederlandstalige spreekwoorden,
Nederlandstalige gezegden en Wikipedia:
Lijst van Nederlandse spreekwoorden.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Tips en mededelingen Tip: Dubbelklik op elk willekeurig woord om spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden met dat woord te tonen | WoordenboekSpreekwoordenVertalenEncyclopedieRecente zoekopdrachtenTussen haakjes staat het aantal gevonden spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden• Klappers (1) • hout g (1) • danken (1) • hij zit i (1) • iemand voor (4) • iemand de handschoen toewerpen (1) • als de ene hand de andere wast (1) • het botert ni (1) • aan de haal g (1) • in de zak kopen (1) • dat mag (3) • npa (3) • paus van rome (2) • Verkeerde paard (1) • dauw (1) | |||||||
| © Woorden.org MMXI | Over woorden.org | Gebruikersvoorwaarden | Woord begint met... | ||||||||