Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


180 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `dr`

  1. aan de draai houden (=bezig houden)
  2. aan een zijden draadje hangen (=de kansen zijn nog niet verkeken, maar het scheelt erg weinig)
  3. aan elkaar hangen als droog zand (=geen enkele samenhang vertonen)
  4. al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding. (=wie zich mooi aankleedt wordt daarmee zelf nog niet mooi.)
  5. alle dagen een draadje is een hemdsmouw in het jaar (=met geduld kan men veel bereiken - vele kleintjes maken een groot)
  6. alle goede dingen bestaan in drieen (=gezegd van iets waarvan men er twee heeft en een derde wil krijgen…)
  7. als de kat om de hete brij (draaien). (=een netelig vraagstuk vermijden, niet ter zake komen)
  8. als een vis op het droge (=iemand die zijn draai niet kan vinden of daar niet thuis hoort)
  9. als het in de kajuit regent druipt het in de hut (=als de baas problemen heeft, krijgen ook de ondergeschikten hun deel)
  10. als het kalf verdronken is, dempt men de put. (=pas als het te laat is, neemt men maatregelen)
  11. als niet komt tot iet dan is het allemans verdriet (=een 'parvenu' heeft dikwijls kapsones)
  12. avondrood brengt water in de sloot (=weerspreuk : rood ondergaande zon betekent vaak regen 's anderendaags)
  13. avondrood water in de sloot (=een rood ondergaande zon betekent vaak regen 's anderendaags)
  14. Avondrood, mooi weer aan boord, morgenrood, regen in de sloot (=Eerste deel is 60% waar, tweede deel is onbetrouwbaar (KNMI))
  15. bezoek en vis blijven drie dagen fris (=je moet geen gasten te lang laten logeren want dan ga je je aan hun gewoonten ergeren)
  16. brave hendrik (=een persoon die op overdreven wijze de regeltjes volgt.)
  17. dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd.)
  18. de appel wegdragen/winnen (=als schoonste erkend worden)
  19. de bak indraaien (=gevangen genomen worden)
  20. de draad kwijt zijn (=de loop van het verhaal niet meer kunnen volgen)
  21. de draad van ariadne (=middel om klaarheid te scheppen in een ingewikkeld iets)
  22. de draad van het verhaal opnemen (=het verhaal of de taak verderzetten op de plaats waar eerder gestopt was)
  23. de draak met iets steken (=ergens niets van geloven en grapjes over gaan maken)
  24. de drager kan het beste zeggen waar de schoen wringt. (=degene die een probleem heeft, kan de kern van dit probleem vaak het scherpste benoemen.)
  25. de drempel platlopen (=steeds opnieuw bezoeken)
  26. de drie h s meegeven (=iemand (zo mogelijk definitief) wegsturen)
  27. de drie h s op de rug hebben (=vast zitten, niet weg kunnen komen)
  28. de druiven hangen te hoog (=van iets dat men niet krijgen kan, zeggen dat men het niet wil)
  29. de druiven zijn zuur (zei de vos maar hij kon er niet bij) (=van iets dat men niet krijgen kan, zeggen dat men het niet wil)
  30. De druk is van ketel. (=de grootste spanning is voorbij)
  31. de druppel die de beker/emmer doet overlopen (=de uiteindelijke aanleiding voor een uitbarsting)
  32. de gestage drup holt de steen (uit). (=door het vol te houden wordt uitwindelijk wel het doel bereikt)
  33. de jongste ezel moet het pak dragen (=de jongste moet de vervelende klusjes opknappen)
  34. De kraan dichtdraaien (=de (financiële) hulp sterk verminderen of stopzetten)
  35. de kurk waarop de zaak drijft (=de basis (steun) van het geheel)
  36. de palm wegdraaien (=de winnaar zijn)
  37. de palm wegdragen (=winnen)
  38. de rode draad (in een verhaal of betoog) (=het centrale thema, hetgeen waar steeds weer op wordt teruggegrepen)
  39. De spot drijven met (=spotten, iemand belachelijk maken)
  40. die twee lijken als twee druppels water op elkaar (=die twee lijken heel erg op elkaar.)
  41. door merg en been dringen/snijden (=buitengewoon kwetsend of doordringend zijn)
  42. draaien als een molen (=altijd meegaan met de heersende mening - naar de mond van de toehoorder praten)
  43. driemaal is scheepsrecht. (=de derde keer zal je wel gaan lukken)
  44. droge stokvis (=een houterig iemand)
  45. een bedrijvige Martha zijn (=een zeer ijverige vrouw zijn)
  46. een brave Hendrik zijn (=erg braaf zijn of zich zo voordoen)
  47. een draai aan iets geven (=een hele eigen versie van wat er gebeurd is vertellen)
  48. een draai geven (=het anders - minder negatief klinkend - uitdrukken)
  49. een droge maart en een natte april is de boeren naar hun wil (=weerspreuk)
  50. een dronkemansgebed doen (=tellen hoeveel geld ernog is)

254 betekenissen bevatten `dr`

  1. een mens lijdt dikwijls het meest door het lijden dat hij vreest. (=(doch dat nooit op zal dagen. Zo heeft men meer te dragen, dan God te dragen geeft. Nic. Beets))
  2. aan de fep zijn (=(overmatig) drinken)
  3. de zweep erop leggen (=afdrijven, opjagen)
  4. lief en leed delen (=allerlei plezierige en droevige dingen met elkaar beleefd hebben)
  5. vis begint aan de kop te stinken (=als een bedrijf een slecht management heeft)
  6. eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand. (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
  7. er is geen ijs of het kost mensenvleis (=als er ijs op de sloten en vijvers ligt, verdrinken er altijd mensen)
  8. wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten. (=als je iets doms doet, moet je de gevolgen dragen (liefst zonder klagen))
  9. gedeelde smart is halve smart. (=als je over problemen praat, dan kan je het makkelijker verwerken / door de problemen/ellende van een ander is het gemakkelijker de eigen problemen/ellende te dragen)
  10. de liefde kan niet van één kant komen. (=als je samen iets doet zal ieder moeten bijdragen)
  11. begaan zijn met (=bedroefd zijn omdat het met iemand niet goed gaat, meeleven met)
  12. dat is huilen met de pet op. (=bedroevend resultaat.)
  13. er zijn geen rozen zonder doornen. (=bij elk geluk is er ook verdriet.)
  14. zo rood worden als een kalkoense haan (=bloedrood worden (van schaamte))
  15. door merg en been dringen/snijden (=buitengewoon kwetsend of doordringend zijn)
  16. dan zwaait er wat (=dan dreigen zware repercussies)
  17. dat zet geen zoden aan de dijk. (=dat is geen bijdrage van serieuze betekenis.)
  18. aan de rand van het ravijn bloeien de mooiste bloemen. (=de beste resultaten dragen tegelijkertijd de grootste risico's)
  19. het kastje bij het muurtje laten blijven (=de dingen niet gaan overdrijven)
  20. voor iets moeten bloeden (=de gevolgen moeten dragen)
  21. de grote vissen eten de kleine (=de grote (mensen) verdringen de kleine of geringen)
  22. het gouden kalf aanbidden (=de hoogste waarde hechten aan geld / zich onderdanig gedragen tegenover rijken)
  23. zijn huiswerk maken (=de liefde bedrijven)
  24. de prins op het witte paard. (=de man van je dromen.)
  25. als een spin in het web (=de persoon of organisatie waar alles om draait)
  26. mundus vult decipi (=de wereld wil bedrogen worden)
  27. het vlees doden (=de zinnelijke behoeften onderdrukken)
  28. dat varkentje zullen we even wassen. (=deze opdracht zullen we even uitvoeren.)
  29. het klopt als een bus (=deze uitdrukking is een contaminatie van het sluit als een bus met: het klopt als een zwerende vinger)
  30. hij heeft met een zilveren (of gouden) hengel gevist (=die heeft vis gekocht in plaats van gevangen. Ook: met bedrog zijn doel bereiken)
  31. die is vis (=die is dronken)
  32. sijmen betaalt. (=diegene die het minste verdient draagt de kosten)
  33. het haasje zijn (=diegene zijn die er voor opdraait)
  34. zoete broodjes bakken (=dingen zeggen om een goede indruk achter te laten bij mensen met invloed.)
  35. de kop in het zand steken (=doen alsof er geen gevaar dreigt en er niets aan doen)
  36. met een gouden hengel vissen. (=door bedrog zijn doel halen.)
  37. buurmans leed troost. (=door het verdriet of de pijn van een ander kun je je eigen verdriet en pijn beter verdragen)
  38. met gesloten beurs betalen (=door middel van een wederzijdse schuld het bedrag verekenen)
  39. eigen roem/lof stinkt (=door over jezelf op te scheppen maak je een nare indruk)
  40. alleen een piepend wiel krijgt olie. (=door zich opvallend te gedragen bekomt men aandacht.)
  41. een dronken vrouw is een engel in bed (=drank draagt bij aan het beëindigen van de tegenstand)
  42. als de wijn is in de man, is de wijsheid in de kan. (=drank verdringt gezond verstand.)
  43. in de lucht hangen (=dreigen te gebeuren - onzeker zijn)
  44. de derde man brengt de spraak aan (=drie hebben gemakkelijker een gesprek dan twee)
  45. haastig gebakerd (=driftig van aard)
  46. met een opgestoken zeil (=driftig, boos)
  47. met een staand zeil (=driftig, boos)
  48. de kan aanspreken (=drinken)
  49. boven zijn theewater (=dronken)
  50. de lading binnen hebben (=dronken)

Het dialectenwoordenboek kent 58 spreekwoorden met `dr`

  1. Waregems: 't doet dr'omme, 't moe dr'omme doen (=het lot speelt hier)
  2. Waregems: 't doet dr'omme, 't moe dr'omme doen (=het valt ongelukkig samen)
  3. Veurns: De broek draag'n (=De leiding hebben)
  4. Waregems: 't doet dr'omme, 't moe dr'omme doen (=twee fenomenen doen zich quasi tegelijk voor)
  5. Rekem: op zenne kroemenak draage (=op zijn schouders dragen)
  6. Lottums: Snammel (=stukje draad)
  7. Westels: draa raa aare (=drie rauwe eieren)
  8. Sint-Katelijne-Waver: Gaa meugt draa kiêre groeie (=Jij mag drie keer raden)
  9. Genneps: Tot op den naod verslete (=Tot op de draad versleten)
  10. Tilburgs: teegen ut regeur in (=tegen de draad in, in de contramine, tegendraads)
  11. Epers: Hee was oarig krange in de huud (=Hij was behoorlijk tegen de draad in)
  12. Zeeuws: da hoeg van heef z m draad (=vlug)
  13. Zeeuws: heef tzem draad (=geef ze van katoen)
  14. Spakenburgs: Hebbie wel draad (=Heb je wel verstand)
  15. Zeeuws: t hoeng van heef zm draad (=ruimte)
  16. Sallands: de knienen loopt lös in 't hok (=ze draagt geen bh onder haar shirt)
  17. Munsterbilzen - Minsters: èn daaj hër tente kan den heile chiro van Eek gojn sloeëpe (=zij draagt een enorm grote BH)
  18. Westerkwartiers: zij mokt van heur haart gien moordkuul (=zij draagt haar hart op de tong)
  19. Liemers: Een präötje over een dräödje in een klein sträötje waor lich uut zol komme wa'j nie kön zie:n maor wel kön vuu:le. (=Een praatje over een draadje in een klein straatje waar licht uit zou komen wat je niet kunt zien maar wel voelen.)
  20. Twents: A'j dr bunt, mojje dr wean (=Als je er bent, moet je er wezen.)
  21. Genneps: Die lácht nog nie as dr 'n stuk stró.nt tege dr muur opkruupt (=Iemand zonder humor)
  22. Barnevelds: Je dr noar over moaken (=Ergens over in zitten)
  23. Zeeuws: t is aaltied hin kermis a stin dr kriimen (=kermis)
  24. Liessents: Naait dr is un end oit! (=Ja daaag!)
  25. Zeeuws: tblienkt zo je kan je musse dr we in opzetten (=glimmen)
  26. Zeeuws: da bin dr veestevee (=veel teveel)
  27. Geluws: kè dr ard van get (=ik was ernstig ziek)
  28. Zeeuws: dr is hin ie-en kleinleuhentje bie (=eerlijk waar)
  29. Zeeuws: dr elpt hin lievemoederen an (=er helpt niks aan)
  30. Zeeuws: de wind dr onder (=goed in de hand hebben)
  31. Zeeuws: di bin dr hin viere bedurven (=niet goed)
  32. Zeeuws: khi dr van deur (=kga op stappen)
  33. Zeeuws: zen dr cent versnoept (=moeten trouwen)
  34. Zeeuws: ke dr niie fee vedusie in (=niet zien zitten)
  35. Zeeuws: tis stille dr ad noe-ait waait (=onmin)
  36. Zeeuws: di bin dr hin viere bedurven (=raar stel)
  37. Zeeuws: t is stille dr a t noeait waait (=t is altijd wat)
  38. Zeeuws: di bin dr hin viere bedurven (=dat is een paar apart)
  39. Betuws: vanwie zai de gai dr een (=wie zijn je ouders)
  40. Renkums: Ik het dr schik van (=Ik ben er blij mee)
  41. Waregems: dr es geeën droad an ebrookn (=we nemen het u niet kwalijk)
  42. Lopiks: Hebbie dr al gedouwt? (=Ben je al met haar geweest?)
  43. kerkraads: hea hat inne tiek in dr zender (=hij is niet helemaal 100)
  44. Betuws: hedde dr al un botje in (=kun je hem al omhoog krijgen)
  45. Antwerps: dr zender al schoënder verzoupe (=gezegde bij een niet zo'n mooie man)
  46. Nijmeegs: as je dr nou nie heul gouw mee uutscheit, dan krieg je een kets (=Ik waarschuw je)
  47. Zeeuws: k e dr niks van emorken (=ik heb er niks van gemerkt)
  48. Slands: jassie je cente dr niet deur (=maak je niet al je geld op)
  49. Zeeuws: k eh dr al glad geen zin mer in (=ik heb er geen zin meer in)
  50. Sallands: okal drög 'n aap 'n golden ring, 't is en blif 'n lilluk ding. (=ookal draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding.)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen