Zoek spreekwoorden met het woord:


0 1 Volgende



25 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `boter`


1) als een warm mes door de boter. (=als iets erg makkelijk of geleidelijk gaat.)
2) boter aan de galg smeren (=tevergeefse moeite doen, iets zal niet helpen)
3) boter bij de vis (=betaling bij de levering)
4) boter op je hoofd hebben (=zelf ook schuldig zijn)
5) botertje aan de boom zijn / Het is botertje tot de boom (=alles gaat goed zonder problemen)
6) daar is een haartje in de boter (=daar is ruzie of wrijving)
7) dat is een klontje boter uit zijn pap (=dat kost een flink deel van zijn fortuin)
8) de boter alleen op zijn koek willen hebben (=de anderen niets gunnen - zelf alles willen hebben)
9) de boter en de kaas te dik gesneden hebben (=te veel verteerd hebben)
10) een boterham met tevredenheid (=een (droge) boterham (zonder beleg))
11) een haar in de boter vinden/zoeken (=op het kleinste detail vitten)
12) een kruisje is genoeg voor een boterham uit het vuistje (=voor een gewone broodmaaltijd moet niet teveel gebeden worden)
13) een natte mei geeft boter in de wei (=weerspreuk)
14) er de boter uit braden (=het ervan nemen)
15) het botert niet tussen hen (=ze kunnen niet goed met elkaar over weg.)
16) het is boter aan de galg gesmeerd (=het is zinloos, het kan niet helpen)
17) het op je boterham krijgen (=een stevig standje incasseren.)
18) het smelt als boter in de mond (=(van eten) het is erg mals)
19) hij braadt er de boter uit (=hij neemt het ervan)
20) je doet de boter in de pan, maar bakt er niks van. (=denken dat je iets begrijpt, terwijl je dat niet doet.)
21) met de neus in de boter vallen (=door geluk rijk geworden zijn)
22) met zijn gat in de boter vallen (=(onverwacht) goed terechtkomen.)
23) met zijn neus in de boter vallen (=(Onverwacht) goed terechtkomen.)
24) wie boter op zijn hoofd heeft moet niet in de zon lopen (=wie schuldig is houdt zich best gedeisd)
25) zo glad als boter (=erg glad - moeilijk te pakken te krijgen)

2 betekenissen bevatten `boter`


1) dun van leer en dik van smeer (=dunne boterham die dik gesmeerd is)
2) een boterham met tevredenheid (=een (droge) boterham (zonder beleg))

Het dialectenwoordenboek kent 66 spreekwoorden met `boter`


1) Sint-Niklaas: ' nen drogen botterram (=een boterham zonder beleg)
2) Overmeers: 'n kloontsen bootre (=een kluitje boter)
3) Klemskerks: 't Is gebeuterd, zei Smoeter, en j' at ze stuutn drooge (traditionele zeispreuk, gebruikt met betekenis 'het is gebeurd, het is klaar, het is af') (='t Is geboterd, zei Smouter, en hij at zijn stuiten droog)
4) Gents: 't zat eun hoar in de boter (=er was ruzie)
5) Langemarks: 't Zit doar e scheete verdroaid (=Daar zit een haar in de boter:)
6) Antwerps: aahee oak van dee boter gefret (=ze hebben hem ook liggen)
7) Munsterbilzen - Minsters: aet nog e bufke (=bijt nog eens in je boterham)
8) Zurriks: Alles noavenant, as boter op de vloajka-nt (=Zeer royaal doen)
9) Munsterbilzen - Minsters: aste én goeje leemgrond te diep gees zaeë, kumpter niks van aut (=veel boter in de pan hebben, maar er niets van bakken)
10) Bilzers: aste liefde din wiëd, zieste alles dûr e vergrautglaos (=n let meer om mekaars foutjes als een haar in boter is)
11) Heusdens: bieeter n'snee me` stroep,as gien snee (=beter een boterham met siroop,als geen boterham)
12) Oudenbosch: bliefde gij ne botteram (=wil je een boterham)
13) Fries: boeter brea en griene tsies wie dat net sizze kin is gjin oprjuchte fries (=boter brood en groene kaas wie dat niet kan zeggen is geen oprechte fries)
14) Fries: Bûter, brea en brûne sûker, wa't dat net sizze kin gjin uprjochte Fries (=boter roggebrood en bruine suiker, wie dat niet zeggen kan is geen echte Fries)
15) Fries: Bûter, brea en griene sjippe, wa dat net sizze kin hat een hazzelippe (=boter, brood en groene zeep, wie dat niet kan zeggen heeft een hazelip)
16) Fries: bûter, brea en griene tsiis, wa't dat net sizze kin is gjin oprjochte Fries. (=boter, roggebrood en groene kaas, wie dat niet zeggen kan is geen oprechte Fries)
17) turnhouts: D'r zit een haar in de boter (=ruzie in het huishouden)
18) Bilzers: de barremijter steed op stürm (=er is een haar in de boter)
19) Melseels: de boter gefret hein (=de schuld krijgen voor iets)
20) Lokers: De boter goat afsloagen (=Over iemand die regelmatig aan zijn achterste krabt)
21) Sint-Niklaas: de boter is rengs (rangs) (=de boter is sterk)
22) Sint-Niklaas: de boter zal gon opsloagen (=als het kietelt in je handpalm.... zegt men...)
23) Sint-Niklaas: de boter zal gon opsloagen (=als je handen jeuken....zegt men:)
24) Giethoorns: De laatste drop,is de boterknop (=Bij borstvoeding.de borst flink leeg laten drinken)
25) Sint-Niklaas: den biefstuk is zoe mals as boter (=de biefstuk is heel mals)
26) Zeels: der zit een håer in de botere (=ruzie hebben)
27) Zeeuws: dikke stikken stieve rikken (=dik gesneden boterhammen)
28) Sint-Niklaas: doar zit een oar in de boter; doar zitte kat in dorlozjie; doar ange ze in de trapees (=daar was er ruzie)
29) Turnhouts: dr zit een hoar in de boter (=Er is huiselijke ruzie)
30) Bilzers: dreig braud (=boterham met zonder iets op)
31) Sint-Niklaas: dur moet boter bè de vis zin (=er moet betaald worden)
32) Teralfene: e porteuken tuu den beuteram (=had u graag een porto bij uw boterham)
33) Sint-Niklaas: ei eette boter geten (=hij is in ongenade gevallen / hij is de schuldige)
34) Sint-Niklaas: gè zè precies botermaalk (=gij ziet er zo bleek uit)
35) Arendonks: guwd as botermelk (=brave mens)
36) Munsterbilzen - Minsters: het sjüpsel ho zoviël appeteit datter viël te viël sjroep klaende op zen snieë (=het menske had zoveel eetlust dat het zijn boterhammen dik besmeerde met siroop)
37) Flakkees: het vleis is gaer as een daauwtje (=het vlees is zo gaar als boter)
38) Londerzeels: hij es me zij gat in de boter gevallen (=hij is goed terecht gekomen)
39) Geldermalsens: hij schup nog gin deuk in un pakske botter (=pakje boter)
40) Sint-Niklaas: iemand een kotering, botering geven (=iemand een rammeling geven)
41) Lokers: ij is mee zei gat in de boter gevaulen (=een gelukkig iemand)
42) Heerlens: knoa botter (grote hoeveelheid is altijd gebruikelijk) (=klontje boter)
43) Steins: mit de vot in de boter vallen (=een gelukstreffer hebben)
44) leefdaals: nen bau in perekes (paardjes) (=boterham in partjes gesneden)
45) Hals: Nen bautram plekke (=Een boterham smeren)
46) Overmeers: nen boot eten (=een boterham eten)
47) Avelgems: Nen bootram brieën (=Een boterham smeren)
48) vrasens: nen botram brieën (=een boterham smeren)
49) Sint-Katelijne-Waver: Oep oeve kop late schaate of de kijs van oeven boterham laten halen (=Je laten doen)
50) Munsterbilzen - Minsters: onder zen dauve lotte sjiete (=zich de kaas van de boterham laten nemen)

0 1 Volgende



Bron
De spreekwoorden en gezegden zijn voor het grootste deel afgeleid van Wikiquote: Nederlandstalige spreekwoorden, Nederlandstalige gezegden en Wikipedia: Lijst van Nederlandse spreekwoorden. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Tips en mededelingen
Mededeling: Nieuwe spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden zijn altijd zeer welkom. U kunt ze e-mailen naar info@dirkslot.com

Woordenboek

dag pragmatisch adequaat

Spreekwoorden

kat klok heilig boter

Vertalen



Encyclopedie


Recente zoekopdrachten

Tussen haakjes staat het aantal gevonden spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden
Uit de lucht komen vallen (1)
een doorn in (1)
zoeken (19)
Enzan (1)
rook (3)
de dag niet prijzen (1)
Roeze (1)
Waagt (2)
leeuw (4)
Jut en jul (1)
bij de pinken zijn (1)
een korreltje zo (1)
Mouwen (1)
konijn (4)
kloppen (1)
© Woorden.org MMXI | Over woorden.org | Gebruikersvoorwaarden | Woord begint met...