Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

Eén spreekwoord bevat `boos`

  1. het is bar en boos. (=het is heel erg; het is heel slecht.)

20 betekenissen bevatten `boos`

  1. wie zijn klomp breekt, schiet gemakkelijk uit zijn slof. (=als je wordt teleurgesteld, kun je gemakkelijk boos worden.)
  2. op stang jagen/rijden (=boos maken)
  3. met opgestoken/opgestreken/opgezet zeil naar iemand toe gaan (=boos naar iemand toe gaan of boos bij iemand binnen komen)
  4. op zijn poot spelen. (=boos uitvallen.)
  5. de gal loopt over (=boos worden)
  6. in de gordijnen klimmen (=boos worden)
  7. op je achterste benen gaan staan. (=boos worden; ergens fel tegen protesteren; het ergens helemaal niet mee eens zijn.)
  8. met een opgestoken zeil (=driftig, boos)
  9. met een staand zeil (=driftig, boos)
  10. uit zijn slof schieten (=erg boos worden, erg actief worden)
  11. gauw op de teentjes getrapt zijn (=erg gauw boos en beledigd zijn)
  12. de stoom komt uit zijn oren (=hij is heel erg boos)
  13. kwaad bloed zetten (=iemand boos maken)
  14. iemand tegen zich in het harnas jagen (=iemand door de eigen toedoen boos maken)
  15. een potje kunnen breken (bij iemand) (=iemand wordt niet gauw boos)
  16. uit zijn slof schieten (=kwaad uitvallen, boos worden )
  17. tegen de vleug strijken (=prikkelen, boos maken)
  18. kortaangebonden zijn (=snel boos zijn)
  19. op hoge poten. (=zeer boos, verontwaardigd.)
  20. op zijn achterste poten gaan staan (=zo veel mogelijk moeite doen / boos worden)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen