Zoek spreekwoorden met het woord:


Vorige 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 Volgende



178 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `bij`



250 betekenissen bevatten `bij`



Het dialectenwoordenboek kent 864 spreekwoorden met `bij`


451) sallands: He'j ze allemoale wel op de rie:ge (=ben je wel goed bij je hoofd)
452) Westlands: Hebbie cente bij je (=Of je je protomonee bij je hebt)
453) Kaatsheuvels: Hèdde gij ne klap van de meule gekrèège? (=Ben je wel goed bij je hoofd?)
454) Tilburgs: hèdde un höske nòr oewe zin, kröpt er gaaw un aander in. (=als je je schaapjes op het droge hebt, is je leven bijna om, ga je weldra dood.)
455) Twents: hee hef d'r ene hen waterdösken (=bij hem is een steekje los)
456) Drents: Hej eind november hagel en snei, dan is december nabij. (=Weerspreuk)
457) Arnhems: Hejé teveel bijdehandjes gegeten? (=bijdehand zijn)
458) Arnhems: Hejé teveel bijdehandjes gegeten? (=bijdehand zijn/doen)
459) Bollenstreeks: Hejje arebeie bijje ? (=Heb je aardbeien bij je ?)
460) Munsterbilzen - Minsters: hel op zen toeng moete bijte (=inslikken wat je wil zeggen)
461) Fries: hestte een plak ontbijtkoeke derre (=stront onder de schoen)
462) Westerkwartiers: het is omtrent'n kloar (=het is bijna klaar)
463) Munsterbilzen - Minsters: het lotte bekiele (bezinke) (=water bij de wijn doen)
464) Westerkwartiers: het smoakt mij aan de ludje toon'n toe (=het smaakt mij bijzonder lekker)
465) Westerkwartiers: heulemoal ien 't roare (=heel erg bijzonder)
466) Sint-Niklaas: hij (zij) zit in de mafkeet, hij zit bij de broeders, zij zit in de poapennakkers (=hij (zij) zit in het krankzinnigengesticht)
467) Westerkwartiers: hij bezweert ons bij hoog en bij leeg (=hij verzekert ons van alle kanten)
468) Londerzeels: hij es van over den barreel (=iemand die er niet bij hoort)
469) Wetters: Hij hee zijnen neuze veurbij geklapt (=Hij heeft te veel gezegd)
470) Zottegems: hij heeft ze nie alle vijve of hij is maboel (=Iemand die niet bij zijn hoofd is)
471) Leids: Hij hep een goed hart. Ut had alleen gekookt op sun rug moete hange. Zo hoog dat de honde erbij kunne. (=Iemand is niet aardig)
472) Westerkwartiers: hij het 't nog drokker as 'n piek veur poas'n (=hij heeft het bijzonder druk)
473) Westerkwartiers: hij het 't zo drok as 'n piek veur poas'n (=hij heeft het bijzonder druk)
474) Westerkwartiers: hij het de keudel bij 't schone enne (=hij heeft gelijk)
475) Geels: hij heter zijne keis bij in geschoten (=iemand die gestorven is)
476) Westerkwartiers: hij hiel' e poot stief (=hij hield voet bij stuk)
477) Westerkwartiers: hij is d'r as kiend an huus (=hij hoort er gewoon bij)
478) Westerkwartiers: hij ken zwieg'n as 't graf (=bij hem is een geheim veilig)
479) Westerkwartiers: hij kon alleen moar toekiek'n (=hij stond er machteloos bij)
480) Westerkwartiers: hij kon niet metkomm'm (=hij kon het niet bijbenen)
481) Heezers: Hij kwam bij de duver um weiwatter (=Hij vroeg naar iets onmogenlijk)
482) Westerkwartiers: hij liet de vogel over 't net vlieg'n (=hij liet zijn kans voorbijgaan)
483) Westerkwartiers: hij lijt 'et bieltje d'r bij del (=hij geeft het op)
484) Westerkwartiers: hij proat met twee mond'n (=hij zegt bij de één dit, bij de ander dat)
485) Westerkwartiers: hij proat zien mond veurbij (=hij vertelt door wat geheim moest blijven)
486) Westerkwartiers: hij snoof d'r laangs (=hij stoof voorbij)
487) Tilburgs: hij stao aatij ooveral bij meej zene grèèze (=het is een nieuwsgierig persoon)
488) Drents: Hij stiet op zien woord as een boer in zien klompen (=Hij blijft bij zijn standpunt)
489) Westerkwartiers: hij ston d'r bij veur Piet Snöt (=hij mocht niet meedoen met de groep)
490) Westerkwartiers: hij ston d'r op 'e neus en oor'n bij (=hij stond er heel dicht bij)
491) Brabants: hij vliegt dur op es unne haon op unne kroeselbos (=ergens rap bij zijn, bv eten of een nieuwtje)
492) Westerkwartiers: hij was de heule dag onzichtboar (=hij was er de gehele dag niet bij)
493) Westerkwartiers: hij wer bij 't nekvel greep'm (=ze pakten hem stevig aan)
494) Genneps: Hij zit bij moet op de slup (=Moederkindje)
495) Westerkwartiers: hij zit op 'e wip (=hij gaat bijna overstag)
496) Sevenums: Hij/zij is keps gedronken (=Dranktekort bij iemand op het feestje)
497) Valkenswaards: hil hel zen (=bij de tijd zijn)
498) Gents: hoar op eu tanden hén. (=afbijten of doorstaan)
499) Haags: Hoe dichtah bè Dogt, hoe rottâh ut wogt (=Hoe dichter bij Dordrecht, hoe enger het wordt)
500) Rotterdams: Hoe dichtûr baaij dort hoe rottûr ut wôht (=Hoe dichter bij Dordrecht hoe grimmiger het wordt)

Vorige 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 Volgende



Bron
De spreekwoorden en gezegden zijn voor het grootste deel afgeleid van Wikiquote: Nederlandstalige spreekwoorden, Nederlandstalige gezegden en Wikipedia: Lijst van Nederlandse spreekwoorden. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Tips en mededelingen
Tip: Weet u spreekwoorden die typisch zijn voor uw dialect? Voeg ze toe in het dialectenwoordenboek en het verschijnt automatisch in deze lijst.

Woordenboek

dag pragmatisch adequaat

Spreekwoorden

kat klok heilig boter

Vertalen



Encyclopedie


Recente zoekopdrachten

Tussen haakjes staat het aantal gevonden spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden
Vriend (12)
raar (1)
een klein hartje hebben (1)
met tui (1)
toon (7)
spree (6)
ijver (1)
boer niet kent (1)
Voeten spelen (1)
naast zijn schoenen lopen (1)
heet (11)
gevli (1)
beer (9)
nul (6)
achter de broek zitten (1)
© Woorden.org MMXI | Over woorden.org | Gebruikersvoorwaarden | Woord begint met...