745 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `aan`1) (vaak toegeschreven aan Erasmus, maar komt iets anders al voor in de Griekse klassieken.) (=) 2) aan alle heilige huisjes aanleggen (=alle café's onderweg bezoeken) 3) aan alle kapelletjes aanleggen (=alle café's onderweg bezoeken) 4) aan alles een kleurtje weten te geven (=voor alles wel een uitleg weten) 5) aan Bacchus offeren (=te veel alcoholhoudende drank nuttigen) 6) aan bacchus offeren (=veel drinken) 7) aan banden leggen (=de vrijheid beperken) 8) aan beurt komen (=aan werk geraken) 9) aan de bak komen. (=aan de beurt komen; een baan krijgen.) 10) aan de balk schrijven (=nota nemen van iets ongewoons) 11) aan de bedelstaf raken. (=in een situatie terechtkomen waarin je geen geld of bezittingen meer hebt en dus heel arm bent.) 12) aan de bel trekken. (=duidelijk maken dat er iets aan de hand is; duidelijk maken dat er iets niet klopt.) 13) aan de beterende hand zijn (=langzaam genezen, herstellen) 14) aan de beterhand (=genezend, herstellend) 15) aan de boemel gaan (=gaan fuiven) 16) aan de boemel zijn (=fuiven) 17) aan de dag leggen (=vertonen) 18) aan de degen rijgen (=tot (zwaar) verliezer maken) 19) aan de dijk zetten (=ontslaan) 20) aan de draai houden (=bezig houden) 21) aan de fep zijn (=(overmatig) drinken) 22) aan de galg komen (=ter dood veroordeeld worden) 23) aan de groene tafel zitten (=bestuurslid zijn) 24) aan de grond genageld (=perplex, verbaasd.) 25) aan de grond zitten (=bankroet of totaal uitgeput zijn) 26) aan de grote klok hangen (=algemeen bekend maken) 27) aan de haak slaan (=te pakken krijgen) 28) aan de haal gaan (=ergens mee vandoor gaan) 29) aan de hand doen (=bezorgen) 30) aan de hand van (=door middel van) 31) aan de heidenen overgeleverd (=in zware moeilijkheden - in de macht van mensen zonder scrupules) 32) aan de kaak stellen (=het 'verkeerde' hekelen of bekend maken) 33) aan de klok(reep) hangen (=algemeen bekend maken) 34) aan de knikker (=aan de hand) 35) aan de latten hangen (=ermee ophouden - bijna bankroet zijn) 36) aan de leiband lopen (=erg volgzaam zijn) 37) aan de lopende band. (=aan één stuk door; steeds maar weer.) 38) aan de lus hangen (=recht blijven staan in tram of bus) 39) aan de man brengen/helpen (=verkopen) 40) aan de middelhand zitten (=niet eerst of laatst moeten spelen) 41) aan de orde van de dag zijn (=vaak voorkomen) 42) aan de oren naaien (=wijsmaken) 43) aan de pan blijven hangen/kleven (=zich om bestwil ergens mee bemoeien maar er slecht afkomen) 44) aan de pan gelikt hebben (=slecht terechtkomen of veel schade hebben) 45) aan de pimpel zijn (=sterkedrank drinken) 46) aan de rand van het graf staan (=bijna dood zijn) 47) aan de rand van het ravijn bloeien de mooiste bloemen. (=de beste resultaten dragen tegelijkertijd de grootste risico's) 48) aan de scharrel zijn (=verkeren zonder verloofd of getrouwd te zijn) 49) aan de schors blijven hangen (=iemand of iets alleen op het uiterlijk beoordelen) 50) aan de slag gaan (=beginnen met werken) 818 betekenissen bevatten `aan`1) benen maken (=(haastig) weggaan) 2) het zwaard aangorden (=(zich klaarmaken om) de strijd aan (te) binden) 3) er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan. (=aan alles komt een einde.) 4) wat de heren wijzen moeten de gekken prijzen (=aan beslissingen van het hoger gezag moet men zich onderwerpen) 5) aan de bak komen. (=aan de beurt komen; een baan krijgen.) 6) aan de knikker (=aan de hand) 7) op kop staan (=aan de leiding staan) 8) op het kussen helpen (=aan de macht helpen) 9) op het kussen zitten (=aan de macht zijn) 10) aan de vruchten kent men de boom (=aan de nakomelingen kent men de ouders) 11) aan het lijntje hebben/houden (=aan de praat houden / beloven, maar steeds weer uitstellen) 12) de handen uit de mouwen steken (=aan de slag gaan en aanpakken) 13) in hetzelfde gasthuis ziek liggen (=aan dezelfde kwaal lijden) 14) as is verbrande turf. (=aan een belofte (as = als) heb je niets) 15) in de zadel helpen/zetten (=aan een goede positie helpen) 16) aan de lopende band. (=aan één stuk door; steeds maar weer.) 17) tegen de klippen op gaan (=aan een stuk doorgaan (met liegen)) 18) als een paal boven water staan. (=aan geen twijfel onderhevig zijn.) 19) lapsus memoriae (=aan het geheugen ontsnapt) 20) op het sleeptouw houden (=aan het lijntje houden) 21) op tui houden (=aan het lijntje houden) 22) aan de veren kent men de vogel. (=aan het uiterlijk (verzorging/kleding) kun je zien met wat voor iemand je te maken hebt) 23) de kap maakt de monnik niet (=aan het uiterlijke kan men het innerlijke niet beoordelen) 24) in het getouw (=aan het werk) 25) in het gareel slaan (=aan het werk zetten) 26) in het gareel spannen (=aan het werk zetten) 27) over de drempel komen (=aan huis komen) 28) van de daken schreeuwen (=aan iedereen kenbaar maken) 29) niet in iemands schaduw kunnen staan (=aan iemand absoluut niet kunnen tippen) 30) fiolen van toorn over iemand uitstorten (=aan iemand duidelijk laten blijken dat je kwaad op diegene bent) 31) bij iemand in het krijt staan (=aan iemand iets schuldig zijn) 32) iemands maat niet kunnen halen (=aan iemand niet kunnen tippen) 33) bij iemand nog wel kunnen schoolgaan (=aan iemand nog een voorbeeld kunnen nemen) 34) plat op de buik gaan (=aan iemand toegeven, zich overleveren) 35) iemand scheef aankijken (=aan iemand zijn afkeuring laten blijken) 36) tegen iets aan gooien (=aan iets besteden) 37) het land aan iets hebben (=aan iets een hekel hebben) 38) van een mooi bord kun je niet eten (=aan uiterlijk alleen heb je niets.) 39) naar zijn hielen omzien (=aan vluchten denken) 40) aan beurt komen (=aan werk geraken) 41) ruw laten stikken (=aan zijn lot overlaten) 42) in zijn eigen sop gaar laten koken (=aan zijn lot overlaten (iemand die iets misdaan heeft)) 43) in zijn eigen vet gaar koken (=aan zijn lot overlaten (iemand die iets misdaan heeft)) 44) op de grote trom slaan (=aandacht proberen te krijgen voor diens zaak) 45) aan iemands lippen hangen (=aandachtig luisteren) 46) het oor scherpen/spitsen (=aandachtig luisteren) 47) aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft) 48) het oor strelen (=aangenaam in de oren klinken) 49) in het vat gieten (=aanleggen) 50) de tongen losmaken (=aanleiding geven tot gepraat) Het dialectenwoordenboek kent 3117 spreekwoorden met `aan`1) Moes: `Wa nou gezong'n` zei de koster en de keir'k stont in brand. (=Wat kunnen we nu nog aanvangen?) 2) leefdaals: ' plat is er af (=gezegd van een baby die enkele maanden oud is) 3) Steins: ''Bèste bang dat dien moel iëder verslete is es dien vot !?` (=opmerking als iemand je in het voorbijgaan niet groet) 4) Zaans: 'Husse met prikke en langnat' (=Antwoord op de vraag 'Wat gaan we eten?') 5) Zaans: 'Hutspot met braipenne' (=Antwoord op de vraag 'Wat gaan we eten?') 6) Gents: 'ij speulde zaane muil af (=Hij ging (verbaal ) te keer) 7) Waregems: 'k 'n wil ui nie in de reedns voln, moar... (=ik doe geen afbreuk aan uw woorden, maar...) 8) Sint-Niklaas: 'k bè bekangst tengden (=ik heb bijna gedaan) 9) Sint-Niklaas: 'k betraan èm vur geen oar (=ik vertrouw hem niet) 10) Sint-Niklaas: 'k docht bè (in) min eigen (=ik was aan het denken...) 11) Sint-Niklaas: 'k è gisteren een vallink opgeschjeird (=ik heb gisteren een verkoudheid opgedaan) 12) Lopiks: 'k ga ff de vullis (of kliko) aan de dijk zetten (=Ik ga even de vuilnis aan de weg zetten) 13) Gents: 'k goa maan heufd nekeer binnen steken (=ik ga op bezoek) 14) Brugs: 'k gon no m'n uus gon patèle eejten (=ik ga naar huis gaan middageten) 15) Westerkwartiers: 'k heb d'r kant oaregheid aan (=ik beleef er veel plezier aan) 16) Westerkwartiers: 'k hoop dat ze gauw opkrazz'n (=ik hoop dat ze snel naar huis gaan) 17) Hulsters (NL): 'k staan op m'n zaad (=Ik sta quitte ( bij knikkeren )) 18) Ninoofs: 'k veger man polleviekes oean (=ik trek het mij niet aan) 19) Westerkwartiers: 'k wil wiet'n wat veur vlees ik ien 'e kuup heb (=ik wil weten wat ik daar aan heb) 20) leefdaals: 'k zal aa seffes (=waarschuwing aan kind bijv) 21) wierings: 'k zal m'n gat maar weer onger min erreme neme (=ik zal maar weer eens aan het werk gaan) 22) Antwerps: 'k zien liever heur iele dan heur tiëne (=Ik zie ze liever gaan dan komen) 23) Sinnekloases en niekaarks: 'k Zijn den bos in, 'k Kruip in mijne nest (=Ik ga gaan slapen) 24) Lokers: 'k zijn ier mij kluueten aun 't afdrauen (=ik ben hier aan het zwoegen) 25) Veurns: 'k Zoen de katte buut'nsmiet'n mi zuk è muus! (=Wat een aantrekkelijke vrouw!) 26) Luyksgestels: 'k zoo'm wel op kanne fréte (=ik kan hem wel iets aandoen) 27) Westerkwartiers: 'n baarg waark en gien hunning (=veel werk gedaan, lage beloning) 28) Westerkwartiers: 'n echte boerakkerbaal (=heel slecht aangegeven bal) 29) Westfries: 'n goeie haan die is niet vet (=gezegd over een magere man) 30) Westerkwartiers: 'n kat ien 'e zak koop'n (=een foute aankoop doen) 31) Waregems: 'n kèès' omsteek'n (=een kaars aansteken) 32) Weerts: 'n kers opstaeke vör d'n duûvel (=aan de verkeerde persoon eer bewijzen) 33) Twents: 'n Kleen neuske ko'j gaauw snuutn (=Gering in aanzien, snel aftroeven) 34) Twents: 'n klèèn pötje is gauw heete (=snel aangebrand zijn) 35) Overmeers: 'n mijte groan (=een stapel graan) 36) Westerkwartiers: 'n profeet wordt ien eig'n laand niet eerd (=men wordt in eigen plaats niet gewaardeerd) 37) Waregems: 'n seenewoarietsje, 'n tseentewoareke (=kruisje op het voorhoofd voor het slapengaan) 38) Waregems: 'n sortietsje placeren (=op café gaan) 39) wijlres: 'ne aezel haat neet ummer lang oere (=aan de buitenkant is niet te zien of iemand dom is) 40) Sint-Niklaas: 'nen broebeljeir (=iemand die onverstaanbaar, binnensmonds praat) 41) Westerkwartiers: 's laands wies, 's laand eer (=elke streek heeft zijn gewoontes) 42) Waregems: 't akkooërd zijn mee (=akkoord gaan met) 43) Zottegems: 't alvend van de moand (=in de helft van de maand) 44) Veurns: 't an de katte geven (=Er de brui aan geven) 45) Westerkwartiers: 't bij 'n aaner ien 'e schoen'n schuuv'm (=iemand ander de schuld geven) 46) Westerkwartiers: 't braand as 'n liere (=het brand goed) 47) Hansbeeks: 't em geevn (=Het aan hem geven) 48) Westerkwartiers: 't ene gat met 't aaner gat stopp'n (=met nieuwe schulden oude schulden aflossen) 49) Waregems: 't es 'n zoake (=voordelig koopje aanprijzen) 50) Gents: 't es 't ure van poliese (=t'is tijd om naar huis te gaan) 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 Volgende Bron
De spreekwoorden en gezegden zijn voor het grootste deel afgeleid van Wikiquote:
Nederlandstalige spreekwoorden,
Nederlandstalige gezegden en Wikipedia:
Lijst van Nederlandse spreekwoorden.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Tips en mededelingen Tip: Weet u spreekwoorden die typisch zijn voor uw dialect? Voeg ze toe in het dialectenwoordenboek en het verschijnt automatisch in deze lijst. | WoordenboekSpreekwoordenVertalenEncyclopedieRecente zoekopdrachtenTussen haakjes staat het aantal gevonden spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden• aan (745) • als een kat o (2) • OP TIJD (1) • als een hoentje (1) • als een furie te (1) • OP JE TENEN (1) • als een fenik (1) • OP GOEDE V (2) • als een dondersl (1) • als een dief in de nacht (2) • OP DE VUIST (1) • als een bok op (1) • OP ALLE (2) • als een boer die kiespijn heeft (2) • Iemand voor het hoofd stoten (1) | |||||||
| © Woorden.org MMXI | Over woorden.org | Gebruikersvoorwaarden | Woord begint met... | ||||||||