Zoek spreekwoorden met het woord:




4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `O w`


1) dat gaapt zO wijd als een oven (=dat is hoogst onwaarschijnlijk)
2) elke bos strO waait voor de wind. (=onder makkelijke omstandigheden kan iedereen welvaren of iets uitvoeren.)
3) zO welkom als een hond in de keuken (=absoluut niet welkom)
4) zO wijs als Salomo's kat zijn (=erg wijs denken te zijn, maar eigenlijk totaal niet zijn)

Het dialectenwoordenboek kent 48 spreekwoorden met `O w`


1) Bilzers: ¨doë mauste mene rëg és vür krabbe (=voor zO weinig geld werk ik niet)
2) Koekelaars (Koukeloars): 'k Ho nO wo dat de keunink te voete goat. (=Ik ga naar het toilet.)
3) Dunges: 't is alted iets, en ut sO we zen es ut nie zO was (=Het is altijd iets, en het zou wat zijn als het niet zO was)
4) Drents: 't Is zO wisse as een klontie zuut is (=Zeker van iets zijn)
5) Zaans: 't laike deerzO wel puur drok (=het lijkt daar wel aardig druk)
6) Westfries: 't moet nôdig zO weze (=het zal wel, ik geloof 'r niks van, ja ja...)
7) Sint-Niklaas: ak van ô was zuk (zunnuk).... (=als ik in uw plaats was zou ik...)
8) Heusdens: as de vrollie va heusde be hunne vulO weg zen daan es alté wa te beleive (=als de vrouwen van heusden met hun fiets weg zijn dan is er altijd wat te beleven)
9) Brussels: as g'et mO wet (=als je het maar weet)
10) Volendams: as jij zO wazze was jij oak zo (=als jij zO was was je ook zo)
11) Roermonds: Dae sjtiets is zO waers es einen aezel (=Die eigenwijze vent is zo koppig als een ezel)
12) Mestreechs: daO weurd miech get aon gebraggeld (=daar wordt wat aan geklungeld)
13) Mestreechs: daO weurd miech gèt aon gekleungeld (=daar wordt me wat aan geklungeld)
14) Weerts: daO weurtj mieër leîd gevaare as gedraage (=rijke mensen hebben vaak meer verdriet)
15) Rijsoords: Dat doek demee wel (=Dat doe ik zO wel)
16) Oudenbosch: die kan deur de spijle ete (=O wat is zij mager)
17) Epers: Die vrouwe is zO wit äs 'n dôeve (=Die vrouw heeft grijs haar)
18) Hamonter: DO werde kniens van. (=Daar word je gek van.)
19) Sin tunnis: Doch en sis wost stO wost , do stresst ik chill (=Doe en zeg wat je wilt , Jij stesst ik chill)
20) Fries: Doch en sis wost stO wost , do stresst ik chill (=Doe en zeg wat je wilt , Jij stesst ik chill)
21) Munsterbilzen - Minsters: doë kan de sjoo nie van rooke (=met zO weinig kan ik niet rondkomen)
22) Munsterbilzen - Minsters: doë mauge ze mene règ ins vër krabbe (=voor zO weinig geld ga ik er niet werken)
23) Zeeuws: doe ni zò wareakt (=doe niet zo vies)
24) Zeeuws: doe nie sO wandochtig (=raar)
25) Zeeuws: doe nie sO wandochtig (=raar doen)
26) Maas en waals: gO weg joh (=het is niet waar)
27) Tongers: hè stoent dO wai ne kraaitheilige (=hij stond daar onbeweeglijk)
28) Sallands: he-j 't zO wied? (=ben je klaar)
29) Zeeuws: ie zie zO wit as de leitjes (=wit zien)
30) Westerkwartiers: joe hemm'm geliek, ok al hemm'm joe 't (=u hebt sO wie so altijd gelijk)
31) Zeeuws: k heef ur nie om wat a k mo doen a k ne nie mO werkn (=werken)
32) Bilzers: men tweide vroO woster al zoe snel vandür datze men iëste nog haet éngehold (=al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel)
33) Westerkwartiers: niks nijs onner de zun (=wat vroeger zO was, is nu nog net zo)
34) Antwerps: nO wor eddet (=waar ge je heen)
35) Zunderts: nun ouwe pap rentenier (=iemand die met weinig geld probeert rond te komen met zO weinig mogelijk werk)
36) Bilzers: pak n vroO waajze és en lot ze waajer mét rés (=eet wat de tafel draagt)
37) Munsterbilzen - Minsters: tès haaj zjus ne bakoëve (=het is hier zO warm als in een sauna)
38) Brugs: ti wô wi (=het is waar)
39) Izegems: Vele undre kop ziene, mO wienig t kleur van under held (=Iemand die profiteert)
40) Sint-Niklaas: wa edde nô weer uitgestoken (mispeuterd) (=wat heb je nu gedaan?)
41) Sint-Niklaas: wa fur e wezen trekte gé nO weer (=hoe kijk jij nu weer)
42) Sint-Niklaas: wa stodde doar nô weer in ô broek te kraan? zidde ô overuren ont uitrekenen? (=aan wat ben je nu weer aan het denken?)
43) Sint-Niklaas: wafferiet is da nO wir (=wat is dat nu weer voor iets)
44) Sint-Niklaas: wast nô weer? (=wat scheelt er nu weer?)
45) Holsbeeks: zè mO woës, menneke, ge moet ni groëze (=wees maar braaf,kindje, je moet niet wenen)
46) Sint-Niklaas: zis gô wandelen mè euren bink (vreir (=ze is gaan wandelen met haar vrijer)
47) Geffes: zô wit ès un laake (=lijkbleek)
48) Bilzers: zoe wit as snei ; zoe wit as e laoke (=zO wit als sneeuw)

Bron
De spreekwoorden en gezegden zijn voor het grootste deel afgeleid van Wikiquote: Nederlandstalige spreekwoorden, Nederlandstalige gezegden en Wikipedia: Lijst van Nederlandse spreekwoorden. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Tips en mededelingen
Tip: Dubbelklik op elk willekeurig woord om spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden met dat woord te tonen

Woordenboek

dag pragmatisch adequaat

Spreekwoorden

kat klok heilig boter

Vertalen



Encyclopedie


Recente zoekopdrachten

Tussen haakjes staat het aantal gevonden spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden
O w (4)
laten gaan (5)
ś (3181)
als paddestoelen uit de grond (1)
de rode haan laten kraaien (1)
Njes (2)
Bier (6)
krabben (6)
duimschroeven (2)
een gat in de dag slapen (1)
in de lappenma (1)
Zwitser (2)
kous (4)
week leggen (1)
Iemand uit d (4)
© Woorden.org MMXI | Over woorden.org | Gebruikersvoorwaarden | Woord begint met...