Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


10 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` regen`

  1. als het in de kajuit regent druipt het in de hut (=als de baas problemen heeft, krijgen ook de ondergeschikten hun deel)
  2. als het melk regent, staan mijn schotels omgekeerd. (=wanneer ergens iets voordeligs te verkrijgen valt, loop ik het steevast mis.)
  3. als honden konden bidden zou het kluiven regenen. (=als is een niet ter zake doende opmerking.)
  4. Avondrood, mooi weer aan boord, morgenrood, regen in de sloot (=Eerste deel is 60% waar, tweede deel is onbetrouwbaar (KNMI))
  5. de regen schuwen en in de sloot vallen (=door iets onaangenaams te ontwijken in nog groter problemen komen)
  6. het regent bakstenen (=gezegd van een hevige hagelbui)
  7. het regent pijpestelen (=het regent heel hard)
  8. na regen komt zonneschijn. (=na een periode van tegenslag, komt er een betere tijd.)
  9. van de regen in de drup (=niet veel opschieten, van moeilijke omstandigheden in nog moeilijkere omstandigheden terecht komen)
  10. verrijzen als paddestoelen na een regenachtige dag (=plots tevoorschijn komen)

8 betekenissen bevatten ` regen`

  1. daar komt een schip met zure appels. (=daar komt een stevige regenbui aan.)
  2. avondrood water in de sloot (=een rood ondergaande zon betekent vaak regen 's anderendaags)
  3. het regent pijpestelen (=het regent heel hard)
  4. het is kermis in de hel (=het regent terwijl de zon schijnt)
  5. morgenrood/avondrood brengt water in de sloot (=na een rode morgen- of avondlucht komt regen)
  6. avondrood brengt water in de sloot (=weerspreuk : rood ondergaande zon betekent vaak regen 's anderendaags)
  7. schip met zure appelen (=wolk die regen en storm voorspelt)
  8. scheepjes met zuren appelen (=wolkjes die regen of storm voorspellen)

Het dialectenwoordenboek kent 161 spreekwoorden met ` regen`

  1. Doornspijks: as de kikkers kwaakn, kriej reegn. (=regenvoorspelling)
  2. Balens: het rijgerd ouw mujers (=het regend oude vrouwen)
  3. Westfries: Een skip met zure appele (=Donkere regenwolken)
  4. Aarschots: zwètte loecht (=dreigende onweers- of regenwolken)
  5. Mays: tregunt detzekt (=het regend hard)
  6. Iepers: trint dat zikt (=hevige regenbui)
  7. Sint-Katelijne-Waver: Het reigent kole (=Regenval rond Pinksteren)
  8. Bocholtz: kaboets (=regenjas met muts)
  9. Sint-Niklaas: 't zal go speten (=er is een regenvlaag op komst)
  10. Klings: t ´regent bloskes (=hard en overvloedig regenen)
  11. Geels: 't ziejevert (=De regenval is erg schaars)
  12. Sint-Niklaas: 't regent neig, 't regent aa wijven (=het is hard aan het regenen)
  13. Iepers: è blek vo è lek (=kortstondige zonneschijn tussen 2 regenbuien door)
  14. Zeeuws: trehent puupestelen (=regen)
  15. Liedekerks: Teit do een bozje gedaun (=Het regende)
  16. Gavers: Tes keirmesse in d'elle (=Vorming van regenboog)
  17. Sint-Niklaas: 't regent bloskus (=het regent hard)
  18. Zwartebroeks: 't regent neindig (=Het regent hard)
  19. Lokers: 't regent vijf frankstukken! (=Als er na lange droogte regen valt)
  20. Turnhouts: tregert aaw meujers (=hard regenen)
  21. Amsterdams: geen regen geen rust (=gèn regen gèn ruste)
  22. Ledegems, Kappels: ot rint rint trin (=als het regent regent het erin)
  23. Epers: Äs 't mit Pisgrîete reagent, reagent et zes weake ächter mekäre (=Als het met Sint Margriet regen, regent het zes weken achter mekaar)
  24. Oosteekloos: t'es kirmesse in d'elle (=Een regenbui terwijl de zon schijnt)
  25. Sint-Niklaas: 't regent van omoôg, 't zal drei doagen duren (=de regen zal lang duren)
  26. Geels: 't regent papestelen (=het regent zeer hard)
  27. Wierings: een blinkvoer een stink (=een kleine opklaring voor een regenbui)
  28. Terschuurs: Daor regent 't weer heên (=Het regent alweer)
  29. Mestreechs: 't regent awwiever (=Het regent pijpenstelen)
  30. Liwwadders: ut regent ouwe wieven en hânspaken (=het regent pijpestelen)
  31. Overmeers: 'n drupken regen (=een regen drip)
  32. Geels: 't regent aa waaven (=het regent heel hard)
  33. Overmeers: 'n bijze regen (=een bui regen)
  34. Bevers: Tgo katte spougen (=Het gaat pijpenstelen regenen)
  35. Lokers: 'tis moar nen bruinen (=Als de zon zich niet laat zien en het weer overtrokken en regenachtig is)
  36. Munsterbilzen - Minsters: traengert tottet zeek (='t regent keihard)
  37. Bilzers: 't rêngert; 't rèngert (=het regent)
  38. Westels: et reigert aa waaven (=het regent pijpenstelen)
  39. Westerkwartiers: 't reegn't dat 't schit (=het regent pijpestelen)
  40. Werviks: trint dat sikt (=het regent heel hard)
  41. Waalwijks: ut règent dettut zekt (=het regent heel hard)
  42. Westmeerbeeks: t zekt (=het regent dat het giet)
  43. kortemarks: trint stroent met aksjes (=het regent hard)
  44. Budels: 't règent tot 't zekt (=hard regenen)
  45. Dendermonds: 't is keiremis in d'elle (=regenen bij zonneschijn)
  46. Ostêns: 't regent dat 't zeejkt (=Het regent dat het giet)
  47. Eernegems: het regent stroent met haakjes (=het regent dat het giet)
  48. Gouda: t regent zo hard als t vege ken (=t regent pijpestelen)
  49. Lembeeks: kermis in delle (=regen en zon tegelijkertijd)
  50. Munsterbilzen - Minsters: doë kump wirren sjoeër op (=het gaat regenen)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen