Zoek spreekwoorden met het woord:


0 1 Volgende



11 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` jan`


1) beter blo(de) jan dan do(de) jan. (=het is beter zich laf blood te gedragen, dan te sterven, dood te zijn.)
2) boven jan zijn (=uit de problemen zijn)
3) een huishouden van jan Steen. (=een rommelig huishouden hebben)
4) het huishouden van jan Steen (=een slordige boel)
5) hij stond erbij voor jan met de korte achternaam. (=hij had geen zinvolle activiteit.)
6) jantje lacht en jantje huilt (=kind dat vaak huilt maar direct ook weer lacht)
7) jongens van jan de Witt (=dappere jongens zijn)
8) met een jantje van leiden aflopen (=wel meevallen)
9) redenering van jan kalebas (=dwaze onlogische redenering)
10) van jan Pet (=onverzorgd, waardeloos)
11) zich er met jantje van Leiden afmaken (=onzorgvuldig zijn en weinig aandacht aan het werk besteden)

Eén betekenis bevat ` jan`


1) er een potje van maken (=er een janboel van maken)

Het dialectenwoordenboek kent 55 spreekwoorden met ` jan`


1) Zalks: 'n skaop bleert, 'n mense reerd! (=Een schaap mekkert, en een mens jankt!)
2) Westerkwartiers: 't is doar 'n huusholling van jan steen (=het is daar een janboel)
3) Antwerps: ajé van jan (=hij heeft het zitten)
4) drents: Aolle jan Toezel (=Niet goed nadenkend persoon)
5) Drents: As met Sunt jan de lindebomen bluit, hej de rogge riep met Sunt Job (=Boerenwijsheid)
6) Weerts: asj op Sint jan raengeltj, vergieëriêptj 't koeëre (is dan te vroeg rijp) (=weerspreuk)
7) Munsterbilzen - Minsters: Bij Zjang van Merie en zoën Fons kochte vür ooze roje Flandria brommer, dae goeng wol 90 per oer.Jang doeg de viloos mèr Fons sliëtelde giën on brommers, totter zelfs brommercrosse ènrichde aater de joengessjoël (nau Kapelhof) (=Bij Jacqmaer kocht de jeugd de snelle rode Flandria bromfiets. Terwijl jan de fietsenklaten hielp, Marie de benzinepomp, was Fons bezeten van motoren, hetgeen ontaardden in brommercrossen in de kloosterbeemden, het huidige Kapelhof)
8) Weerts: Dae niks van ziéne Jân maaktj, es neet geteltj (=Je moet niet te bescheiden zijn)
9) Oudenbosch: dan gaode naar jantje Worst dieee un hondje en dat piest oe in oew mondje (=dorstige kinderen die om drinken vragen)
10) Munsterbilzen - Minsters: das ne jan men kloete (='t is een nietsnut)
11) Oudenbosch: de duvels ouwe kermis in del (=ze maken er een janboel van)
12) Bilzers: de graute jan authange (=bluffen)
13) Munsterbilzen - Minsters: de graute jan authange (=bluffen)
14) Veurns: de grooët'n jan uutang'n (=grote sier maken)
15) Veurns: De grooët'n jan uutang'n (=Veel poeha verkopen)
16) Veurns: de grooët'n ofgeev'n (=de grote jan uithangen)
17) lovendegems: de grute jan uithangen (=de mijheer spelen*)
18) Liedekerks: de maan oiëthangen/de groeëte jan oiëthangen (=zich tonen)
19) Antwerps: den Bruno of de jan (=coolste kerel van de stad)
20) Volendams: Eh je jan Tuf Nag zien? (=Heb je jan Tuf nog gezien)
21) aalters: Ejje ui kannesjère al vulgestoken kleinen (=Heb je jouw boekentas al gevuld jantje)
22) Lichtervelds: gart jan de kant (=maak je weg)
23) Lichtervelds: ge moe jan tgès oedn (=je moet je best doen)
24) Munsterbilzen - Minsters: graute jan authange (=bluffen)
25) Horsters: heej schrieft zich janssen (=hij heet janssen)
26) Drents: het rit van jan Hup (=lichtzinnig(e) meisje(s))
27) Westerkwartiers: hij is boov'm jan (=hij is (financieel) binnen)
28) Westerkwartiers: hij is weer boov'm jan (=hij heeft de problemen overwonnen)
29) Antwerps: huishouden van jan Steen (=rommelig huishouden)
30) Zeeuws: ie jankte as un sluusond (=huilen)
31) Zeeuws: in zn vel at n nie estropt is (=waar is jan)
32) Hals: ja dag jan (=het is niet waar)
33) gronings: jan pankouk jan poffert jan eeroppeldaif,,doe mos noar mie luustern aans krigst doe wat mit slaif! (=deugniet,stout kind)
34) Westfries: jankziel, jankbuil, jankert (=iemand die jankt om niks)
35) Weerts: jannewari naat, lieëg blieftj 't vaat, jannewari völ raengel, vette kêrkhuuëf (=weerspreuk)
36) Lichtervelds: je makt ruuze mè jan, Piet en Kloaj (=hij maakt met iedereen ruzie)
37) ossies: kumt altijd és jan mi z'n eksters , (=komt altijd te laat)
38) Tilburgs: liever kaajkepòt van het harde wèglôope as kaajdôod dur et afwòchte. (=beter blode jan dan dode jan.)
39) Amsterdams: Met jan en alle man het koffer in duiken (=Met iedereen naar bed gaan)
40) Sint-Niklaas: ne strongtkloût, ne jan min kloûten, ne zjaarman (=een pretentieus iemand)
41) Antwerps: nen jan men kloeten (=een pocher)
42) Sint-Lenaarts: Niet klagen, maar drinken (=ni janke mer tanke)
43) Kaatsheuvels: oons taante Jaans ies zwoar zieèk (=ons tante jana is ernstig ziek)
44) Zeeuws: opassen oor anders kom jan iik je illen (=bang makerij)
45) Achterhoeks: Rogge jan Derk (=Jenever)
46) Bilzers: sjaun sjink zjang, ja zjang sjaun sjink (=mooie hesp jan)
47) Opglabbeeks: sjuun sjoenk jang (=mooie hespen jan)
48) Zeeuws: t s ternet tuusaauwen van janstie-en (=asociaal gezin)
49) Klings: t´is mee jan zelf zeker (=je ziet er deftig uit)
50) Munsterbilzen - Minsters: tiëge zen klitse (=dag jan !)

0 1 Volgende



Bron
De spreekwoorden en gezegden zijn voor het grootste deel afgeleid van Wikiquote: Nederlandstalige spreekwoorden, Nederlandstalige gezegden en Wikipedia: Lijst van Nederlandse spreekwoorden. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Tips en mededelingen
Mededeling: Bedankt voor uw bezoek!

Woordenboek

dag pragmatisch adequaat

Spreekwoorden

kat klok heilig boter

Vertalen



Encyclopedie


Recente zoekopdrachten

Tussen haakjes staat het aantal gevonden spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden
jan (11)
taal noch teken (1)
hoord (1)
denken (5)
de kleren maken de man (1)
zwaar (10)
te voor (1)
aan de boom (1)
zo oud (4)
geld uit iets slaa (1)
er blijft veel aan (1)
maag (7)
verander (2)
in de kiem smoren (1)
het spoor bijster zijn (1)
© Woorden.org MMXI | Over woorden.org | Gebruikersvoorwaarden | Woord begint met...