10 willekeurige spreekwoorden

  1. voor een appel en een ei iets hebben gekocht/verkocht (=iets voor een veel te lage prijs hebben gekocht of verkocht)
  2. de degen aangespen (=zich op de strijd voorbereiden)
  3. het bijltje erbij neerleggen (=ermee stoppen)
  4. in de grond boren (=een idee op vervelende wijze sterk afkeuren)
  5. er part noch deel aan hebben (=er niets mee te maken hebben)
  6. de pest aan iets (gezien) hebben (=er een hekel aan hebben)
  7. hij kan goed zijn mondje roeren. (=hij zorgt er goed voor dat zijn mening wordt gehoord.)
  8. de wind waait uit die hoek (=op een bepaalde manier de bedoeling zijn)
  9. geen chocola kunnen maken van (=het niet begrijpen)
  10. iemand met open ogen bedriegen (=iemand bedriegen terwijl hij erbij staat)

Toon 10 nieuwe spreekwoorden